oversterfte laatste 52 weken

Er zijn goede redenen om de oversterfte niet alleen per week te bekijken, maar de oversterfte ook te bekijken in de laatste 52 weken. Zo wordt het sterftecijfer niet meer beïnvloed door de seizoensgebonden fluctuaties gedurende het jaar.

Het CBS zet de wekelijkse aantallen overledenen af tegen meerjarengemiddelden, en doet dit onder meer voor leeftijdsgroepen en voor Wlz-zorggebruikers:

De visual toont dat er sinds week 11 in 2020, er per week meer mensen overleden zijn: Met name onder 80-plussers en Wlz-zorggebruikers is de sterfte hoger (nb: deze groepen overlappen elkaar). Ook onder de 65- tot 80-jarigen zijn er meer overledenen dan gebruikelijk. Veel minder is dit te zien onder de inwoners tot 65 jaar.

De eerste Coronagolf duurde van week 11 tot en met week 19. Verder is zichtbaar dat er meer mensen overleden zijn tijdens de hittegolf (week 33-35) en sinds het begin van de 2de Coronagolf (vanaf week 39). Cumulatief geteld vanaf het begin van 2020, ziet de sterfte er als volgt uit:

De visual laat zien dat de feitelijke sterfte in 2020 hoger ligt dan de verwachte sterfte. Dit wordt oversterfte genoemd.
De volgende visual toont de de oversterfte sinds het begin van de eerste Coronagolf:

De volgende visual toont de oversterfte in de eerste Coronagolf (week 11 t/m week 34, week 11 = 1ste week), tegelijk met de oversterfte in de huidige Corona-golf (vanaf week 39 = 1ste week):

In de huidige golf is er meer oversterfte geweest (oversterfte maximaal ±10.000 in week 7), dan in de eerste golf (oversterfte maximaal ±9.200 in week 19). De visual laat zien dat dit komt door de grotere oversterfte gedurende de tweede golf, in de leeftijdtijdscategorie >80 jaar en in de leeftijdscategorie 65-80 jaar.

De volgende visual toont wekelijks het aantal overleden in de afgelopen 52 weken (in week 8 ±172.300 overledenen), afgezet tegen jaargemiddelden.
Aldus zijn er in de afgelopen 52 weken 12.2% meer mensen overleden dan verwacht:

De visual toont dat na de eerste Coronagolf er 4.4% meer mensen overleden waren. Inmiddels is het percentage opgelopen tot 12.2%.

Gerekend vanaf het begin van de eerste epidemie is het percentage oversterfte 12.4%. De ondersterfte tot en met week 10 wordt daarbij niet meegenomen.
Hieronder een uitsplitsing naar leeftijdsgroepen en Wlz-zorggebruikers:

De oversterfte sinds de epidemie, ten opzichte van de totale sterfte in de afgelopen 52 weken, blijkt het hoogst te zijn onder de Wlz-zorggebruikers (18% in week 8). De twee oudere leeftijdsgroepen ontlopen elkaar niet veel (beide 14% in week 8).

Methodologische achtergronden

De indicator ‘percentage oversterfte laatste 52 weken’ toont de mate waarin bevolkingsgroepen getroffen worden door de Corona-virus. Oudere bevolkingsgroepen en langdurig zieken worden in sterkere mate getroffen door COVID-19.
De sterfte is een relatief hard gegeven, ondanks ontbreken van van doodsoorzaak. De sterftecijfers van bevolkingsgroepen zijn onderling niet zomaar te vergelijken omdat deze groepen een ongelijke omvang hebben én een ongelijke kans hebben op overlijden: ouderen en zieken vormen een kleinere groep en ze sterven sowieso vaker. Het percentage oversterfte is in principe geschikt voor een onderlinge vergelijking.
Het percentage dat ik nu ontwikkeld heb, ondervangt het probleem van de percentages op basis van wekelijke aantallen overledenen (zie eerste voorbeeld hieronder: wisselend beeld van pieken en dalen) of de cumulatieve aantallen overledenen (zie tweede voorbeeld hieronder: onjuist beeld bij het vorderen van de periode).
Ook is mijn indicator niet gevoelig voor seizoensinvloeden en voor versneld sterven door COVID-19 (ondersterfte na een periode van oversterfte). Zie het derde voorbeeld hieronder.
Hieronder een illustratie van de verschillende percentages.

Eerste voorbeeld: weekpercentages

Tweede voorbeeld: percentages gecumuleerde oversterfte vs. totale sterfte

Derde voorbeeld: percentage oversterfte vs. sterfte in afgelopen 52 weken