internationale studenten

In 2019 leverden DUO en Nuffic een rapport over internationalisering van het hoger onderwijs. Op basis van de bijgeleverde tabellenset kunnen een aantal inzichtelijke visuals worden gemaakt.

De volgende samenvattende visual toont een drietal zaken, waaronder (met staven) het aantal nieuwe (instromende) internationale studenten sinds 2006. Met lijnen is aangegeven welk aandeel de Europese en niet-Europese studenten hebben in de toeloop naar het Nederlandse hoger onderwijs. In een derde dubbellijn is het groeipercentage aangegeven, dat in procentpunten aangeeft hoezeer het aandeel van beide groepen tezamen jaar op jaar stijgt (want dat doet het):

Wat toont deze samenvattende visual?

  • de instroom van internationale studenten heeft in 2006 een omvang van ±11 000. Inmiddels (2018) bedraagt de instroom ±36 000 internationale studenten;
  • de sterkste groei is te zien in 2015 met +2.4%pnt. groei ten opzichte van het jaar daarvoor. In 2015 groeide de instroom met ±3 200 meer nieuwe internationale studenten in vergelijking met de instroom van het jaar daarvoor, naar een totaal van ±25.000 internationale studenten;
  • de sterkste studentengroei uit Europa was in 2016 (±2 600 meer dan in 2015). Inmiddels (2018) bedraagt deze instroom ±14% van de totale instroom in het Nederlandse hoger onderwijs.
  • de sterkste studentengroei van buiten Europa was in 2017 (±1 500 studenten meer dan in 2016). Bij de laatste peiling (2018) bedroeg deze instroom van buiten Europa ±6% van de totale instroom.

De volgende visual is ook een samenvattende visual: het laat onder meer zien waar de meeste internationale studenten instromen en hoe deze in de tijd is gegroeid:

De visual vergelijkt drie groepen van twee, namelijk:
1) hoger beroepsonderwijs (hbo) vs. universitair onderwijs (wo);
2) bachelor (ba) vs. master (ma), én;
3) vanuit binnen en buiten Europa.
De visual toont in welke mate verschillende stromen zijn gegroeid in de tijd:

  • de internationale instroom bij de universiteiten is momenteel (2018) een aantal malen groter bij de hogescholen. Tot en met 2006 was de internationale instroom naar het hoger beroepsonderwijs nog groter dan naar het academisch onderwijs;
  • de instroom naar bachelor-studies is groter dan naar master-studies, maar dit verschil is in de tijd niet groter geworden;
  • de instroom vanuit Europese landen is gegroeid van ±7.200 studenten (2005) naar ±25.100 studenten (2018) en de instroom van buiten Europa is gegroeid van ±3.500 studenten (2005) naar ±10.800 (2018).

Tevens laat de visual met kleuren en schakeringen zien, wanneer de groei heeft plaats gehad. Zo laat het zien dat de instroom het sterkst is gegroeid bij de academische studies in 2018.

Op een vergelijkbare wijze laat de volgenden visual zien, welke sectoren met name internationale studenten aan trekken. In deze visual zijn de sectoren gerangschikt naar omvang van de internationale instroom:

De volgende visual toont de sectoren met relatief de meeste internationale studenten (niet getoond zijn de sectoren met een ondergemiddelde vertegenwoordiging van internationale studenten):

Het is duidelijk dat in de instroom bij taal en cultuur, én met name bij sectoroverstijgend, internationale studenten het sterkst vertegenwoordigd zijn in 2018, en dat dit al sinds 2006 het geval is. Opvallend is dat bij landbouw en natuurlijke omgeving het aandeel internationale studenten (nog 28% in 2006) is gedaald met om en nabij de -8%pnt..