groeitempo

Bij een peiling van schooleffectiviteit (toegevoegde waarde van de school) worden prestaties op een beginmeting en eindmeting met elkaar vergeleken. In de Leerwinst-methode van De Loos Monitoring worden daarvoor per leerling de toetsresultaten van vorig schooljaar vergeleken met de resultaten in het huidige schooljaar.

Deze aanpak heeft als nadeel dat leerlingen met een voorsprong qua cijfers niet of nauwelijks meer kunnen ‘groeien’: “Hoger dan een 10 kan niet!”. Maar leerlingen met een voorsprong kunnen terdege ‘groeien’. Dat geldt ook voor leerlingen met achterstand: ook zij kunnen nog steeds verder achterop raken, zonder dat dat in de cijfers goed zichtbaar is.

De Groeitempo-Methode biedt een oplossing: in een referentiegroep wordt per niveaugroep de leerwinst (‘de groep’) bekeken, en omgezet tot een normaalscore.
De Groetempo-methode is nu integraal opgenomen in de Leerwinst-methode: De leerwinst voor vijf niveaugroepen (A-groep t/m E-groep) worden ingedeeld in drie gelijke ‘groei’-groepen: ‘dalend’, ‘gelijk’ en ‘stijgend’.

Nu zijn de niveaugroepen gelijk in hun (gestandaardiseerde) leerwinst. En kunnen scholen met meer achterstanden (lager prestatieniveaus) worden vergeleken met scholen met meer voorsprong (hogere prestatieniveaus):

Per niveaugroep, leerjaar én competentie, is het groeitempo gestandaardiseerd en zijn groeigroepen ingedeeld.

In de pilot zijn de toetsresultaten van de laatste zes schooljaren als referentie genomen.