Categorie: prestatie

eindtoets, schoolse vaardigheden, onderwijsresultaten, examens

prestatieprofiel

Prestatieprofielen tonen jaarlijks de vaardigheidsniveaus van groepen en scholen, ongeacht hoe vaak en wanneer getoetst is in dat schooljaar, en/of met welke toets.
Prestatieprofielen benutten sub-niveaus (per goed antwoord) en zijn inclusief correcties (bijvoorbeeld vanwege afwijken van toetskalender).

De eerdere versie (2008) is gereviseerd (2020).

Er is een powerpoint-presentatie beschikbaar over prestatieprofielen:

  • wanneer prestatieprofielen gebruikt worden
  • hoe prestatieprofielen worden gemaakt
  • over benutten van alle toetresultaten
  • over twee nieuwe niveaus A-boven en E-onder

En waarom zijn prestatieprofielen zo handzaam?

  • ze hebben vertrouwd uiterlijk, maar nu met de mogelijkheid om snel jaren, jaargroepen en cohorten, zelfs scholen te vergelijken!
  • gebruik niet langer de ellenlange lijstjes vol A’tje en C’tjes: die zijn immers bedoeld om leerlingen te volgen.
  • het maakt niet uit wanneer de school in in midden- en bovenbouw andere toetsen gebruikt, of tussentijds nieuwe toetsen is gaan gebruiken.
  • het maakt niet uit wanneer de school toetst: Begin, Midden of Eind, of zelfs een maandje eerder of later. Middels correctie wordt alles rechtgetrokken!
  • ook zeer geschikt om bovenschools scholen onderling te vergelijken.

alternatief voor eindtoetsing

Dit schooljaar vindt er geen eindtoetsing plaats in het basisonderwijs. De Leerwinst-methode biedt een alternatief voor de peiling van de toegevoegde waarde van scholen.

De Leerwinst-methode vergelijkt de toetsprestaties in het huidige jaar (niveauwaarde) met die van het vorig schooljaar (leerwinst).
Van leerlingen in groep 4 tot en met groep 8. De visuals zijn gemaakt op basis van data van negen pilotscholen.

In de visual zijn de leerlingen per school ingedeeld in vier groepen (arrangement), namelijk groep leerlingen die zeer intensief onderwijs behoeven tot en met de groep leerlingen die een verdiept aanbod behoeven. Leerlingen worden ingedeeld op basis van hun prestaties in het voorgaande schooljaar.

Resultaten worden eerst per toets en per jaar gemiddeld. Toetsen zijn ingedeeld in drie competenties (lezen, rekenen en taal) en diverse vaardigheden en toetsen. Geschikt voor mix van toetsleveranciers en eigen toetsagenda.

Nieuwe leerlingen tellen het eerste jaar niet mee. Leerlingen die zijn vertrokken, tellen deels mee. Uitsplitsing naar groepen.
Gecorrigeerd wordt voor zittenblijven/klasoverslaan en afwijken van de toetskalender. Individuele toetsing wordt niet meegerekend.

omzetting prestatieniveaus -> niveauwaarden

De leerwinst-methode beoogt voor een ieder, ongeacht het systeem of methodiek, zicht te bieden op de ontwikkelingen van prestaties en toegevoegde waarde. De Loos Monitoring beschikt daarom over diverse omzettingen van en naar de eigen waarden prestatieniveau en leerwinst:
-> niveauwaarde (binnen ParnasSys);
-> percentielen (eindtoets en entreetoets CITO);
-> IQ-schaal (intelligentietoets NIO);
-> vaardigheidsniveau (binnen LOVS).
prestatieniveau vs. niveauwaarde
Voor de vergelijking van het prestatieniveau (leerwinst-methode) en de niveauwaarde (ParnasSys), dient 2.9 punt af te worden getrokken van de niveauwaarde en moet de uitkomst worden gepercenteerd: prestatieniveau van +60% komt dus overeen met niveauwaarde +3.50. Het voorbeeld van het prestatieniveau is dat het aangeeft over welk deel van de leerlingen het gaat (nl. 60% van de leerlingen presteert één vaardigheidsniveau hoger dan landelijk). Maar het voornaamste voordeel is dat het prestatieniveau is ingebed in een methode om toegevoegde waarde te peilen. ParnasSys benut de niveauwaarde vooralsnog niet als maat voor schooleffectiviteit.
prestatieniveau vs. IQ-schaal
Voor de vergelijking van het prestatieniveau (leerwinst-methode) en een intelligentiequotiënt (bv. NIO) heeft De Loos Monitoring een omzettingstabel opgesteld op basis van een genormaliseerde verdeling met een gemiddelde van 100 en standaarddeviatie 15 (ook voor sd=16).
Bij deze omzetting resulteert een prestatieniveau van +60 in een quotiëntwaarde van 104. Het voorbeeld van het prestatieniveau is dat het een sterker onderscheidend vermogen heeft in het middengebied in vergelijking met een quotiëntschaal. Bij extremere resultaten blijven quotiëntwaarden binnen een redelijk bereik, en hebben mogelijk een meerwaarde bij prestatiepeiling in geval van leerachterstanden, talentscholen of in het speciaal onderwijs. Voor een peiling van toegevoegde waarde zijn quotiëntwaarden echter ongeschikt.
prestatieniveau vs. percentiel
Voor een vergelijking maken met aloude school- en gebiedsrapporten, is nu ook mogelijk de centrale indicatoren in de leerwinst-methode, te weten prestatieniveau en leerwinst, uit te drukken in percentielen. Dit op suggestie van de PO-raad.
Uiteraard past de binnen de leerwinst-methode ontwikkelde schaling van prestatieniveau en leerwinst beter bij een onderwijskundig en verbeteringsgericht gebruik van deze indicatoren, in vergelijking met de wat rekenkundige herkomst van percentielcijfers.
Hieronder een voorbeeld waarin prestatieniveau en leerwinst ook zijn uitgedrukt in percentielen (het voorbeeld is ontleend aan een berekening voor een college):

hierbij de volgende opmerkingen:
. aantal betreft het aantal leerlingen dat getoetst is
. de landelijke gemiddelden voor (prestatie-)niveau en (leer-)winst zijn beide 0% (met een bereik van 500% = vijf vaardigheidsniveaus)
. de bijhorende percentielen zijn respectievelijk 50% en 0% (met een bereik van 100% = totale referentie)
Merk op dat relevante verschillen, uitgedrukt in percentielen, minder opvallen: vergelijk bijvoorbeeld het percentielverschil tussen 42% en 41% (rekenen in groep 4 2007/2008 vs. 2008/2009), waarbij in één jaar tijd het prestatieniveau de facto met 6% is gedaald (d.w.z. dat 6% van de leerlingen in de gemeente presteert één vaardigheidsniveau lager dan de leerlingen in het voorgaande jaar).