• Home
  • onderwijsbeleid

Categorie: onderwijsbeleid

onderwijsbeleid, leraar, samenwerkingsverband, belangenvereniging, adviesraden

elites

Er is sprake van een groeide kansenongelijkheid in het onderwijs (en elders). Wie goed luistert, kan het horen donderen.

Voor datascientists-onderzoekers geldt, dat een sensitiviteit voor wat er mogelijk speelt onder de oppervlakte, gewenst is. Al te vaak worden ogenschijnlijke geringe anomalieën voor lief genomen, en resulteren uitkomsten met al te vanzelfsprekende significanties, tot voor de hand liggende bevindingen en herbevestiging wat al bedacht was.
De Loos Monitoring luistert graag en zoekt graag nog even door. Soms leidt dat tot alternatieve verklaringen. Wanneer deze niet bijdragen tot nieuwe inzichten, dan kunnen deze alsnog eenvoudig terzijde worden gelegd. Er is namelijk altijd het risico dat een waaiert aan analyses, al te vaak tot een of andere onbetekenend resultaat leiden.
Ook kan het zijn dat via een nieuwe insteek, de cijfers leiden tot nieuwe vergezichten.

Een meester in het doorgraven is waarschijnlijk Thomas Pikkety. Hij is een begenadigd luisteraar (lees ook recensie van Merijn Oudenkampsen, NRC dd 20 februari 2020), en hij ziet de bevolking vermalen worden tussen twee elites:

  • de zakelijke elite met als achterban ‘macht, media, massa’;
  • en de progressief-liberale intellectuele/culturele elite van ‘het goede, het gave en het gelijke’.

Het onderwijs krijgt mede door Corona met schaarste te maken en dit treft in sterkere mate de leerlingen met lagere onderwijskansen. De onderwijsraad vraagt dd 9 juni 2020 met klem om passende maatregelen.

Hebben de elites oog voor de nukken, noden en niches van de groeiende onderlaag?

spreiding van leerkrachten

Op scholen met meer leraren op HBO-niveau, hebben ouders door de bank genomen een hoger opleidingsniveau (microdata CBS).
Dit verband is sterker in stedelijke gebieden (indeling van het CBS):


In de studie van de onderwijsinspectie naar het lerarentekort (april 2019), bekijkt de inspectie de verdeling van leraren over de scholen (hoofdstuk 4). Ze laat zien dat leraren met een HO-diploma beter vertegenwoordigd zijn op scholen waar de ouders hoger zijn opgeleid: 

De Loos Monitoring heeft beide figuren samengevoegd en de vier onderscheiden opleidingsniveaus van de ouders, vervangen door een profielwaarde. Hieronder de berekening van de norm.

De referentie (of norm) is daarbij het landelijke opleidingsprofiel van de ouders (met profielwaarde 141%). In de bovenstaande tabel

Door te werken met profielwaarden worden verbanden (aandeel HBO-leraren vs. opleidingsniveau ouders) en verschillen (stedelijk vs. landelijk) inzichtelijker gemaakt.
Statistische waarden, zoals correlaties en regressiefactoren, zijn dan niet meer zo nodig.

profiel functiemix

De Loos Monitoring heeft een visual ontwikkeld waarmee ontwikkeling of verschillen in de functiemix, helder in beeld wordt gebracht.

De functiemix beoogt besturen de mogelijkheid te bieden om leerkrachten die meer willen en kunnen, carrière te laten maken voor de klas.

De visual toont de mate waarin landelijk leraren op basisscholen met meer gewichtsleerlingen, deze mogelijkheid is geboden.

Vergelijkbaar kunnen gemeenten, regio’s, stadsdelen en scholen worden vergeleken.

Voor het profiel functiemix is als referentie de functiemix in de periode 2006-2018 per onderwijssector genomen: +14% wil zeggen dat 14% van de leerkrachten een hoger schaal hebben in vergelijking met de referentie.

Een alternatieve referentie is de uitgangspositie in 2006.