Categorie: vision & strategy

vision & stategy, grondslagen, scenario’s

peilen binnen kwaliteitscyclus

Kwaliteitszorg en prestatieverbetering zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een prominente rol van prestatiepeilingen blijkt vaak ongelukkig, en geeft perverse prikkels en onheuse beoordelingen, die een daadwerkelijke kwaliteitszorg in de weg staan.
De Loos Monitoring hoopt een aanpak te hebben ontwikkelt die beter past bij de rijk-geschakeerde onderwijspraktijk, en recht doet aan ieders bijdrage.
eerlijker vergelijken
Kwaliteitsprofielen bieden een alternatieve benadering van kwaliteitszorg en prestatieverbetering. Allereerst dient er sprake zijn van een eerlijker vergelijking tussen scholen onderling. Het kan niet zo zijn dat elite-scholen elke kritisch beschouwing ontlopen door hoge opbrengsten (maar daardoor ook weinig terugkoppeling krijgen), en dat achterstandsscholen alsmaar, en soms zeer onterecht, moeten opboksen tegen een slecht imago.
De Loos Monitoring heeft prestatie-, leertijd- en integratieindicatoren ontwikkelt die het mogelijk maken alle scholen heus en valide op de kaart te zetten. Simpele analyses over bijvoorbeeld de eindtoets en zwart/witte scholen hebben al teveel schade aangericht.
En anderzijds dient ook het eigen verhaal van de school ruimte krijgen: op basis van de interne kwalitatieve en kwantitatieve analyses kan een school heel wel dergelijk het verhaal vertellen van de school en haar leerlingen.
verbreed perspectief
Daarnaast was de toetsing van de kwaliteit vooral ingericht vanuit beheersmatige perspectief van de onderwijsinspectie. Daarbij was de onderwijsinspectie gehouden aan de openbaarheid van gegevens: de bevindingen door de onderwijsinspectie worden ook door ouders gbruikt (bijvoorbeeld bij de schoolkeuze), zonder dat kwaliteitsindicatoren waren toegesneden op de belangen van leerlingen en op de belangen en bijdragen van ouders. Dit leidde tot ondoorzichtige referenties en normeringen, die weinig meer te maken hadden met het gebouw in de wijk, het team en de leerlingen.
En prestatieverbetering en kwaliteitszorg is niet alleen een zaak van de school: ook ouders, bestuur en gemeente hebben hierin een bijdrage te leveren. En deze bijdrage kan ook wel eens kritisch beoordeelt worden. Waarom zou een bestuur, een gemeente of ouders niet eens worden aangezet om planmatig bij te dragen aan prestatieverbeteringen?
niet-cyclisch verbeteringsgerichtheid
Veel kwaliteitsonderzoeken verdwenen uit het zicht. Met de bevindingen werd te weinig gedaan. Daarom dienen kwaliteitsprofielen te worden ingebed in een kwaliteitscyclus. Een kwaliteitscyclus is niet in enge zin cyclisch, doch veeleer verbeteringsgericht. Hieronder is de vermaarde PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act cyclus) gestrekt: verbeteringsgericht gestrekt.

De Loos Monitoring heeft een alternatieve cyclus ontwikkeld, die nauwer aansluit bij de praktijk van prestatieverbeteringen en kwaliteitszorg van scholen die midden in de samenleving staan. Deze alternatieve cyclus laat scholen ook meer ruimte zich te onderscheiden:

naar een authentiek schoolprofiel
Kwaliteitsprofielen moeten verder gaan dan het afleggen van verantwoording; het draagt bij aan onderwijsverbetering en datadriven werken aan kwaliteitszorg. Scholen en alle andere actoren (besturen, gemeente, ouders) kunnen ‘leren’ en ‘veranderen’; maar dan alleen als je je ‘veilig voelt’.
Verantwoorden moet dan ook als zodanig worden ingevuld dat het ver weg blijft van ‘afrekenen’. Als leerkracht, ouders, bestuur en gemeente moet je weten waar je voor staat en aan welke verwachtingen van de anderen wil/kan voldoen. Verantwoorden vanuit helderheid, transparantie en authenticiteit, laat ruimte voor onzekerheden/teleurstellingen.

monitors, benchmarks en profielen

In de jaren tachtig kwamen de monitoren op. Het basisidee achter een monitor is dat een monitor een verschijnsel in beeld brengt. Monitoren centreren zich rondom een min of meer breed thema (bijvoorbeeld voortijdig schoolverlaten) en brengt daar allerhande deelaspecten van in beeld inclusief trends en uitsplitsingen. Monitoren functioneerden idealiter als middel ter signalering, verantwoording, verkenning en attendering.
Hoe omvangrijk is het voortijdig schoolverlaten? Zijn er verschillen tussen jongens en meisjes en/of hoe zeer liggen de percentages uiteen (vmbo vs. havo/vwo c.q. fbo vs. mbo).
Ook werden globale streefcijfers geformuleerd, want de overheid moest transparanter en dus doelstellingen SMART formuleren.
Een monitor beziet met name trend op een globaal niveau. Vaak kunnen vanwege dit globale niveau ook allerhande nuanceringen worden gemaakt bij deze trends of kan er worden gekeken naar allerhande detailleringen.

Een benchmark focust met name op verschillen tussen regio’s, instellingen of diensten. Benchmarks kennen één of meerdere referenties (bijvoorbeeld het gemiddelde of een doelstelling) en ook is er vaak sprake van een kritisch gebied. Deze kritische gebieden worden vaak weergegeven op een dashboard en/of met een typische inkleuring van stoplichten (“rood” is daarbij altijd kritisch).
Achterliggend idee was het de regio’s, instellingen of productgroepen zelf het beste de kwaliteit en de prestaties konden verbeteren, maar wel gehouden waren aan bewijzen van goede dienstverlening. Openbaarmaking van posities op de benchmark zou marktwerking introduceren en daarmee een extra stimulans vormen om op cruciale kerncompetenties te presteren of liever te excelleren.

Een profiel toont diverse aspecten van één enkele regio, instelling of dienst, en toont waarop het onderscheidend is. Een profiel vormt de cijfermatige basis van een kwalitatieve beschrijving, beoordeling, positionering en (uiteraard) profilering.
Het past wellicht beter in een tijdsgewricht waarin eigenheid, authenticiteit en intrinsieke waarde een alternatief vormt voor nadere rationalisering. Het voorkomt wellicht ook een te statische en regeltechnische benadering van kwaliteitsstandaarden. Alsof maatschappelijke diensten producten in steriele fabriekshalen worden gemaakt zonder invloeden van buitenaf: bij maatschappelijke diensten komt juist de buitenwereld in alle variaties op je af!
Het aardig van profielen is ook dat zij weliswaar een cijfermatige fundering hebben maak dat de uiteindelijke kleurbekenning een zaak is voor alle betrokkenen: tevredenheidsonderzoeken maken ook vrijwel altijd deel uit van profielen.

datasabbatical

Wat is waar?
Onze breinen zijn er meester in te conceptualiseren. En vervolgens wisselen we deze representaties van de werkelijkheid onderling uit. We kunnen de intersubjectieve werkelijkheid stoelen op basis van een snel uitdijende data en analyses. En soms is het dan verleidelijk zelf niet meer rond te kijken in het wereld, waar van oorsprong deze data uit zijn gedestilleerd. En te controleren of onze beelden nog wel zo goed passen op de werkelijkheid.
Dat waren mijn gedachten bij het lezen van de column van Martijn de Groot in het kwartaalblad Data&Research. De columnist stelt voor, om geregeld een datasabbatical te houden: zich een tijdje van de data af te keren en zich onder te dompelen in de echte werkelijkheid.
Wat staat ons te doen?
In mijn visie is er een alternatief. En dat is het een spel tussen de data-analist (wegwijs in de wereld van data én onafhankelijk) en de informatiegebruiker (belanghebbend én dichter bij de werkelijkheid). Zij proberen tezamen zicht te krijgen op de ontwikkelingen en scherp voor ogen te krijgen wat er gedaan moet worden.
Niet al mijn opdrachten vragen van mij om dicht op de data te zitten. Dat maakt de datasabbatical voor mij minder urgent. Het is wel zaak er voor te zorgen dat alle uitkomsten getoetst en kwalitatief beoordeeld worden door direct betrokkenen. En daarvoor moet binnen opdrachten voldoende ruimte worden ingebouwd.