Categorie: reporting & visuals

modelrapport, visualisatie, normen, effectrapportage, monitor, bestuursrapport, managementoverzicht

oversterfte en doodsoorzaken

Elke week maakt het CBS de oversterfte bekend. De weken zijn met dertien stuks tezamen genomen, voor een overzicht per kwartaal; behalve natuurlijk het huidige kwartaal. De percentages zijn onderling vergelijkbaar en staan op de verticale as.
Let op: de aantallen zijn voor het huidige kwartaal niet vergelijkbaar met die van de voorgaande kwartalen, maar staan wel boven de staaf vermeld.

Hieronder zijn de aantallen uitgesplitst naar vijf leeftijdsgroepen. Het vierde kwartaal 2021 is nog niet voorbij omdat de aantallen nog niet worden vergeleken.

Sinds het eerste kwartaal 2021, is de oversterfte onder 65-80 jarigen het hoogst. De vraag is of Covid-19 cruciaal is geweest bij de oversterfte? Eerst maar eens zien of dat voor de gehele bevolking geldt?

En dit blijkt inderdaad het geval: Covid-19 is inderdaad de oorzaak van de huidige oversterfte in Nederland.

nb: dit betreft de meest recente gegevens over de doodsoorzaken (per november beschikbaar).

Maar wat ook blijkt – en dat is verrassend – is dat er het eerste kwartaal van 2021, minder mensen overlijden aan de andere doodsoorzaken: Er sterven minder mensen dan verwacht aan vanouds “niet Covid-19” doodsoorzaken. Inmiddels is ook oversterfte bij niet-Covid (+800). Vermoedelijk gaat het hierbij om doodsoorzaak “symptomen” (hierover verderop meer). Hieronder een uitsplitsing naar zeven hoofdgroepen per kwartaal:

De volgende visual splitst voor 2020 de oversterfte door “Covid-19” versus “niet Covid-19” uit voor de verschillende leeftijdsgroepen (helaas nog niet voor 2021):

Tot nu toe is er alleen het onderscheid gemaakt “Covid-19” vs. “niet Covid-19”. Maar er worden vele doodsoorzaken onderscheiden, verdeeld over diverse hoofdgroepen (waaronder een eigen groep voor “Covid-19”).
De volgende visual toont de over- en ondersterfte per ziekte (ik heb de kleinere groepen samengenomen).
Het laat zien dat in 2020 naast Covid-19, ook sprake is oversterfte bij nieuwvormingen (dat is een mooier woord voor kanker), ongelukken (dit gaat dan met om “ongelukken thuis”) en symptomen (dit gaat over een relatief grote groep overledenen die niet gediagnosticeerd zijn, en veelal binnen 24 uur na de eerste ziekteklachten overleden zijn):

Tegelijk zijn er in 2020 minder mensen dan verwacht overleden aan onder meer longziekten (mogelijk door minder griep), hart- en vaatziekten en psychische stoornissen (incl. ziekte van zenuwen en zintuigen). Helaas is er nog geen zicht op de opvallende ondersterfte in het eerste kwartaal van 2021: aan welke ziekten of ongevallen sterven nu minder mensen?

Het bovenstaande (liggend) profiel, is hieronder (staand) uitgesplitst voor de verschillende leeftijdscategorieën:

Daaruit blijkt onder meer, dat, anders dan de andere leeftijdscategorieën, 65-80 jarigen in geen van de doodsoorzaken een ondersterfte kennen, met uitzondering van een lagere sterfte door longziekten.

Corona

visuals met cushions

MagnaView (inmiddels ter ziele) was een datavisualisatietool die prachtige visualisaties maakte met cushions (tegeltjes). Dit bleek zeer toepasbaar bij verslag over de toewijzingen van gemeentelijk subsidies aan kunstinstellingen. Daarbij was het zaak de grote onderlinge en relevante verschillen, deze niet onder te laten sneeuwen met gemiddelden (of andere middenmaten) én tegelijk het overzicht te houden.

In de onderstaande visual met kunstinstellingen (anoniem) zijn er meerdere details meegenomen:

  • elke kunstinstellingen die subsidie ontvang is één cushion. De grootte van de cushions geeft aan hoeveel subsidie is toegekend;
  • de visual toont de totale omvang van de gemeentelijke subsidie (de gehele visual) met daarin de 147 gesubsidieerde instellingen;
  • de instellingen in dezelfde subsidieruimte staan in drie blokken bijeen:
    • functie op naam = internationale faam;
    • functie zonder naam = grootstedelijk aanbod;
    • vrije ruimte = lokale instellingen;
  • binnen de subsidieruimte staan de instellingen met dezelfde functie ook weer in blokken bij elkaar (negen blokken: Podium, Muziek, Theater, Dans, Museum, Film, Letteren, Beeldend, Cultuureducatie);
  • het aandeel eigen inkomsten van de instelling is aangegeven met een kleur. In de linker onderhoek staat het percentage nogmaals genoemd (mits voldoende ruimte).

De volgende visual toont nog een extraatje, namelijk de instellingen (cushions) zijn geordend van groot naar klein (van links/boven naar rechts/onder).
De visual toont het gesubsidieerde bedrag per functie in een staafdiagram, met cushions in kleur van de subsidieruimte:

internationale studenten

In 2019 leverden DUO en Nuffic een rapport over internationalisering van het hoger onderwijs. Op basis van de bijgeleverde tabellenset kunnen een aantal inzichtelijke visuals worden gemaakt.

De volgende samenvattende visual toont een drietal zaken, waaronder (met staven) het aantal nieuwe (instromende) internationale studenten sinds 2006. Met lijnen is aangegeven welk aandeel de Europese en niet-Europese studenten hebben in de toeloop naar het Nederlandse hoger onderwijs. In een derde dubbellijn is het groeipercentage aangegeven, dat in procentpunten aangeeft hoezeer het aandeel van beide groepen tezamen jaar op jaar stijgt (want dat doet het):

Wat toont deze samenvattende visual?

  • de instroom van internationale studenten heeft in 2006 een omvang van ±11 000. Inmiddels (2018) bedraagt de instroom ±36 000 internationale studenten;
  • de sterkste groei is te zien in 2015 met +2.4%pnt. groei ten opzichte van het jaar daarvoor. In 2015 groeide de instroom met ±3 200 meer nieuwe internationale studenten in vergelijking met de instroom van het jaar daarvoor, naar een totaal van ±25.000 internationale studenten;
  • de sterkste studentengroei uit Europa was in 2016 (±2 600 meer dan in 2015). Inmiddels (2018) bedraagt deze instroom ±14% van de totale instroom in het Nederlandse hoger onderwijs.
  • de sterkste studentengroei van buiten Europa was in 2017 (±1 500 studenten meer dan in 2016). Bij de laatste peiling (2018) bedroeg deze instroom van buiten Europa ±6% van de totale instroom.

De volgende visual is ook een samenvattende visual: het laat onder meer zien waar de meeste internationale studenten instromen en hoe deze in de tijd is gegroeid:

De visual vergelijkt drie groepen van twee, namelijk:
1) hoger beroepsonderwijs (hbo) vs. universitair onderwijs (wo);
2) bachelor (ba) vs. master (ma), én;
3) vanuit binnen en buiten Europa.
De visual toont in welke mate verschillende stromen zijn gegroeid in de tijd:

  • de internationale instroom bij de universiteiten is momenteel (2018) een aantal malen groter bij de hogescholen. Tot en met 2006 was de internationale instroom naar het hoger beroepsonderwijs nog groter dan naar het academisch onderwijs;
  • de instroom naar bachelor-studies is groter dan naar master-studies, maar dit verschil is in de tijd niet groter geworden;
  • de instroom vanuit Europese landen is gegroeid van ±7.200 studenten (2005) naar ±25.100 studenten (2018) en de instroom van buiten Europa is gegroeid van ±3.500 studenten (2005) naar ±10.800 (2018).

Tevens laat de visual met kleuren en schakeringen zien, wanneer de groei heeft plaats gehad. Zo laat het zien dat de instroom het sterkst is gegroeid bij de academische studies in 2018.

Op een vergelijkbare wijze laat de volgenden visual zien, welke sectoren met name internationale studenten aan trekken. In deze visual zijn de sectoren gerangschikt naar omvang van de internationale instroom:

De volgende visual toont de sectoren met relatief de meeste internationale studenten (niet getoond zijn de sectoren met een ondergemiddelde vertegenwoordiging van internationale studenten):

Het is duidelijk dat in de instroom bij taal en cultuur, én met name bij sectoroverstijgend, internationale studenten het sterkst vertegenwoordigd zijn in 2018, en dat dit al sinds 2006 het geval is. Opvallend is dat bij landbouw en natuurlijke omgeving het aandeel internationale studenten (nog 28% in 2006) is gedaald met om en nabij de -8%pnt..

hoger onderwijs