Categorie: reporting & visuals

modelrapport, visualisatie, normen, effectrapportage, monitor, bestuursrapport, managementoverzicht

besmettingsgolf

Sinds de besmettingsgolf begin juli 2021, heeft het CBS nog geen update gedaan van de bijna wekelijkse presentatie van de oversterfte. Vooruitlopend hierop een update alhier.

Of de besmettingsgolf van juli leidt tot een oversterfte, zoals deze ten tijde van de 1ste en 2de golf zichtbaar waren is nog niet bekend: De periode tussen besmetting en onverhoopt overlijden door Corona is veelal langer dan twee á drie weken. De recentste periode zal ik dan ook aangeven met “vóór de 3de golf/besmettingsgolf”:

In de afgelopen 52 weken (week 28) zijn ongeveer 166.400 overledenen geteld, dat terwijl het meerjarengemiddelde pakweg 155.900 bedraagt. En dat is een verschil van +7.4%. In dit percentage zijn de overledenen ten tijde van de 1ste Coronagolf inmiddels niet meer meegenomen: de oversterfte in deze cijfers kom vooral door de oversterfte ten tijde van de 2de Coronagolf en voor een klein deel ook in de oversterfte ten tijde van de hittegolf van 2020.

Hieronder een overzicht van de gehele periode sinds het uitbrekend van de Corona-epidemie in Nederland:

De bovenstaand visual laat nogmaals de overledenen zien ten tijde va de eerste Coronagolf (week 11-19), de oversterfte ten tijde van de hittegolf (week 33-34) en de langere tweede Coronagolf met twee pieken (week 39-6).
De visual is naar model van het CBS, met een onderscheid naar drie leeftijdsgroepen én met een aparte weergave van de overleden Wlz-gebruikers (gebruikers van zware, intensieve zorg, wo. kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening).
Ook laat de visual zien welke aantallen overledenen verwacht waren. In de volgende visual is de oversterfte sinds de 1ste Coronagolf opgeteld:

Daaruit blijkt dat met name onder 80-plussers én Wlz-gebruikers de oversterfte sinds de 1ste Coronagolf het hoogste is, namelijk ±8.800 onder Wlz-gebruikers (was eerder ±10.300) en ±10.400 onder 80-plussers (was eerder ±12.000).
Op dit moment stijgt de oversterfte onder de 65-80 jarigen en 65-minners.
In percentages ziet de oversterfte er als volgt uit:

Hoewel in omvang de oversterfte onder Wlz-gebruikers lager is dan onder 80-plussers, is in percentages de oversterfte onder deze groep het hoogst. Inmiddels zijn beide percentages na de 2de golf gedaald. Er is sprake van een periode van ondersterfte.
Onder de twee jongere leeftijdsgroepen is helaas de oversterfte verder toegenomen. Ook ontbreken er de perioden van ondersterfte, zoals deze wel zichtbaar zijn onder de 80-plussers en de Wlz-gebruikkers. Inmiddels ligt het percentage oversterfte onder 65-80 jarigen ruimschoots boven dat van de 80-plussers en de Wlz-gebruikers.
Het aandeel in de oversterfte van deze twee jongere leeftijdgroepen is dus aan het stijgen:

In de volgende visual zijn er vier periode onderscheiden, namelijk de perioden tijdens en ná de twee Corona-golven. Bij aanvang van elke van deze perioden, zijn de percentages gereset:

Het blijkt dat in de periode ná de Corona-golf, de oversterfte voor beide groepen verder oploopt.

oversterfte laatste 52 weken

Door de oversterfte te bekijken over de laatste 52 weken, wordt het sterftecijfer niet meer beïnvloed door de seizoensgebonden fluctuaties gedurende het jaar. Het CBS doet dit niet, waardoor trends niet goed zichtbaar zijn.

Het CBS zet de wekelijkse aantallen overledenen af tegen meerjarengemiddelden, en doet dit onder meer voor leeftijdsgroepen en voor Wlz-zorggebruikers:

De visual toont dat in 2020-2021 drie Corona-golven zijn geweest en een hittegolf. Hierdoor lag onder 80-plussers en Wlz-zorggebruikers de sterfte hoger (nb: deze groepen overlappen elkaar). Ook onder de 65- tot 80-jarigen zijn er meer overledenen dan gebruikelijk. Veel minder is dit te zien onder de inwoners tot 65 jaar.

De eerste Coronagolf startte in week 11, de hittegolf in week 33, de tweede Coronagolf in week 39 en de derde Coronagolf in week 49. Cumulatief geteld vanaf het begin van 2020, ziet de sterfte er als volgt uit:

De visual laat zien dat de feitelijke sterfte sinds 2020 hoger ligt dan de verwachte sterfte. Dit wordt oversterfte genoemd.
De volgende visual toont de de oversterfte sinds het begin van de eerste Coronagolf:

Sinds week 6 (2021) is er geen oversterfte meer in de leeftijdscategorie >80 jaar, en lijkt de derde Corona-golf voorbij. Sinds week 12 neemt de oversterfte weer toe in de leeftijdscategorie 65-80 jaar. En dit geldt sinds week 14 ook voor de leeftijdscategorie <65 jaar.

De volgende visual toont de percentages oversterfte:

De oversterfte was sinds de eerste golf van de epidemie lange tijd het hoogst onder de Wlz-zorggebruikers (18.1% in week 8). Inmiddels lopen de percentages oversterfte op in de leeftijdscategorieën 65-80 jaar (17.0%) en <65 jaar (7.7%).

Het voortduren van de oversterfte vanaf week 12 kan niet worden verklaard door de doodsoorzaak Covid, gezien de dalende aantallen Covid-overledenen die het RIVM momenteel dagelijks meldt. Het CBS komt begin augustus met een meer volledig beeld van de doodsoorzaken in april (week 13-17).

puntenwolk

Een puntenwolk (eigenlijk spreidingsdiagram) geeft een snelle eerste indruk van de posities van scholen en de onderlinge verschillen. Ook kunnen groepen worden vergeleken én samenhangen worden verkend. Hieronder enkele voorbeelden:

De onderstaande puntenwolk toont voor pakweg 170 basisscholen, welk deel van de leerlingen een hoger referentieniveau hebben behaald op de taalonderdelen van de eindtoets, ten opzichte van de landelijke gemiddelde (verticale as).

De horizontale as toont welk deel de leerlingen op deze scholen een leerlinggewicht heeft.
De groene lijn is norm van de onderwijsinspectie voor scholen met eenzelfde percentage gewichtenleerlingen. Er is ook een middenlijn door de puntenwolk heen: dit geeft een eerste indruk hoe deze scholen zich verhouden tot de norm van de onderwijsinspectie. Ook is direct zichtbaar dat scholen onderling tamelijk verschillen in de mate waarin afwijken van de norm qua leesprestaties.

Door scholen een verschillend kleurtje te geven kunnen groepen van scholen worden onderscheiden. In de volgende visual is het landelijke gemiddelde prestatieniveau op taal de nullijn. Ook nu weer is de norm van de onderwijsinspectie ingetekend, evenals hun ondergrens (±20ste percentiel) en een bovengrens (berekend 80ste percentiel). Het laat zien dat er een samenhang is tussen het prestatieniveau en het aandeel gewichtenleerlingen.

Door scholen een verschillend kleurtje te geven, kunnen scholengroepen worden vergeleken. In de volgende visual zijn scholen in Noord vergeleken met scholen in Zuid:

In de volgende visual het groeitempo (een maat voor schooleffectiviteit) op de verticale as, afgezet tegen het prestatieniveau op de school. Het toont dat het (aanvankelijke) prestatieniveau niet nauw samenhangt met schooleffectiviteit:

In de volgende gecombineerde puntenwolk worden de scholen twee ingetekend, en wel voor een tweetal prestatie-indicatoren die de onderwijsinspectie hanteert voor de scholen: