kwaliteitsprofiel “Publieke School Profielen”

De Loos Monitoring biedt een frisse kijk op data. De Publieke School Profielen zijn grafische weergaven, die de het eigene van scholen tracht weer te geven.

Uitgangspunten
• een cijfer of een kwantitatief uitkomst geeft nooit een complete weergave van de wereld die het representeert
• een rijker en breder palet van kwaliteitsindicatoren biedt een completer profiel; een enkelvoudige uitkomst (bv. ‘zwakke school’ of ‘zwarte school’) is een ruwe versimpeling zonder zicht op kansen
• ouders zoeken een school die hen en hun kind het beste past. Ouders en kinderen hebben eigen belangen en verantwoordelijkheden. Zij kijken met andere ogen naar scholen dan bv. bestuur of inspectie. In publieke kwaliteitsprofielen zijn indicatoren opgenomen, die voor ouders en leerlingen relevant zijn.

Er zijn vele manieren om schoolprofielen weer te geven. Het hangt er vanaf waarom voor wie een schoolprofiel is opgemaakt. Hieronder een lijst:
1: anonieme rangschikking op een enkele indicator
2: anonieme rangschikking met een extra kenmerk
3: anonieme vergelijking van twee kwantitatieve kenmerken
4: scholen ten opzichte van referentie
5: kringen getypeerd middels factoranalyse
6: schoolprofiel met zeven indicatoren
7: schoolprofiel met gerangschikte standaardscores
8: schoolprofiel met rapportcijfers
9: schoolprofiel met rangschikking kwaliteiten
10: schoolprofiel met kwaliteitspunten
11: schoolprofiel met puntentaart
Elke model benadrukt een ander aspect (en belicht zo andere aspecten minder nadrukkelijk). Het zesde en volgenden modellen zijn geschikt om te gebruiken voor Publieke School Profielen.
Hieronder volgen illustraties van deze modellen van schoolvergelijking en schoolprofielen.

1: anonieme rangschikking op een enkele indicator
Onderstaand figuur vergelijkt de taalprestaties 2008/’09 op de Steenwijkerlandse scholen vanaf groep 3. Scholen zijn geanonimiseerd. De nullijn betreft een landelijke referentie. De taalprestaties betreffen de resultaten op om. spelling, technisch lezen en taalonderdelen eindtoets.

2: anonieme rangschikking met een extra kenmerk
Onderstaande figuur toont de uitval op alle Steenwijkerlandse scholen 2008/’09, inclusief de kleutergroepen. Achterstandscholen (OAB-scholen) zijn daarbij in kleur onderscheiden. Scholen zijn geanonimiseerd en gerangschikt. Merk op dat scholen weliswaar anoniem zijn maar eenzelfde lettercombinatie hebben als in het bovenstaande figuur. De landelijke referentie betreft een uitval van 25%.

3: anonieme vergelijking van twee kwantitatieve kenmerken
Onderstaand figuur toont Haagse basisscholen met hun gemiddelde resultaat op de eindtoets basisonderwijs én hun gemiddelde leerlinggewicht 10+ -jarigen (schatting van achterstandsproblematiek in bovenbouw). Merk op dat scholen hier geen nadere aanduiding hebben (ic. scholen zonder lettercombinatie).

4: scholen ten opzichte van referentie
Het figuur laat zien in welke mate scholen op het punt van doublure én voortijdige uitstroom (ongunstig afwijken) van het stedelijk gemiddelde en landelijke gemiddelde. In latere versies was met een horizontale referentie tevens de doelstelling Naar Betere Resultaten weergegeven. Merk op dat schoolnamen staan vermeld: alle (Amsterdamse) scholen dienden toentertijd binnen een 3 jaar te voldoen aan deze NBR-norm.

5: kringen getypeerd middels factoranalyse
Dit figuur vergelijkt zes samenwerkingsverbanden binnen de SCO Lucas en laat zien op welke aspecten (factoren) het samenwerkingsverband zich dient te versterken. Het geeft ook een aanzet samenhangende kenschets te geven van een groep scholen (de kring). Een kring bestaat uit een zestal basisscholen en één school voor speciaal basisonderwijs. Oogmerk was de aanwezige expertise binnen een kring te mobiliseren.

Bij deze vergelijking zijn 33 indicatoren middels factoranalyse teruggebracht tot 11 factoren. Deze factoren zijn getypeerd. Zo bleek (meer) gewicht, (meer) neveninstroom en (kleinere) omvang in sterke mate samen te gaan, en terug te brengen tot één factor ‘gewicht, neveninstroom, omvang’.

6: individueel schoolprofiel met zeven indicatoren
Dit figuur laat voor elke school de uitkomsten zien van zeven indicatoren. Met een kleur is aangegeven waar de school staat ten opzichte van andere scholen: Oranje staat voor een gunstige rangorde (bovenste 20%) en blauwgroen staat voor een ongunstige positionering (onderste 20%). In deze versie zijn ‘alarmerende’ en ‘sterk-signalerende’ kleuren (zoals rood voor ‘ongunstig’) expliciet vermeden. Ook zijn nu alle indicatoren positief gepoold, dat wil zeggen dat een hogere uitkomst ook daadwerkelijk gunstig is: zo wordt ‘vertragingen’ omgepoold tot ‘bevordering’ (de facto indicator ‘rendement onderbouw’).

7: individueel schoolprofiel met gerangschikte standaardscores
Dit figuur toont het profiel van een enkele school. De indicatoren zijn omgezet in standaardscores waarbij de standaard wordt bepaald door (gemiddelden van en onderlinge verschillen tussen) scholen binnen de referentiegroep (bijvoorbeeld alle scholen in Haaglanden). Ook nu zijn alle indicatoren positief gepoold. Verder zijn de indicatoren gerangschikt op basis van standaardscore: de meest gunstige indicator staat boven aan. Expliciet wil dit profiel de sterke kanten van een school benadrukken.

8: schoolprofiel met rapportcijfers
Dit figuur toont het profiel met behulp van rapportcijfers. Feitelijk zijn de standaardscores omgezet naar een 10-puntsschaal, ten behoeve van ‘leesbaarheid’. Daarnaast zijn de extreme waarden ‘afgetopt’ (d.w.z. rapportcijfers van 4 tot 9½).

9: schoolprofiel met rangschikking kwaliteiten
Dit profiel toont zeven indicatoren, gerangschikt van meer (oranje) c.q. minder (donkerblauw) sterke kwaliteiten. De ordering is op basis van een vergelijking met een positionering ten opzichte van een referentiegroep (bijvoorbeeld RMC IJssel Vecht). De feitelijke uitkomst, standaardscore of rapportcijfer is hier expliciet vermeden. Het gaat hier expliciet om de belangen van ouders (“wat vind ik belangrijk voor mijn kind?”) en de kwaliteiten van de scholen (“wat kan de school mijn kind bieden?”) tegenover elkaar te zetten.

10: schoolprofiel met 100 kwaliteitspunten
Dit profiel toont zeven indicatoren voor een enkele school. Voor elke indicator wordt een rapportcijfer uitgerekend, op basis van de positie van de school binnen de referentie. Hoe hoger het cijfer, des te meer kwaliteitspunten tot een totaal van 100. Het profiel benadrukt expliciet de kwaliteiten én de onderling gelijkwaardigheid van de scholen. Met een kleur is aangegeven of de kwaliteit behoord tot de top 20% (oranje) of juist onderste 20% (donkerblauw).

11: schoolprofiel met puntentaart
Dit profiel toont zeven indicatoren voor een enkele school. Voor elke indicator wordt een kwaliteitspercentages toegerekend, op basis van de positie van de school binnen de referentie tot een totaal van 100%. Het profiel benadrukt expliciet de schoolse kwaliteiten. Met een kleur is overigens wel aangegeven of de kwaliteitsaspect behoord tot de top 20% (oranje) of juist onderste 20% (donkerblauw) binnen de referentie.

thema’s
aanpak
relevante artikelen