prestatieprofiel

prestatieprofiel

De leerwinst-methode kent een nieuwe loot aan de boom: het vernieuwde prestatieprofiel.
Deze lijkt als twee druppels als het aloude profiel van vaardigheidsniveaus. Maar dit profiel past binnen de leerwinst-systematiek én heeft de nauwkeurigheid van vaardigheidsscores. En dit profiel geeft een goed zicht op de niveauverschillen tussen leerlingen.

De leerwinst-methode beoogt helder zicht te bieden op prestaties en toegevoegde waarde. Centrale indicatoren zijn het ‘prestatieniveau’ en de ‘leerwinst’. Deze en andere indicatoren onderscheiden zich doordat ze helder verschillen en trends tonen van vaardigheden, leerjaren, schooljaren, vestigingen en groepen leerlingen.
Het nieuwe prestatieprofiel maakt nu ook goed niveauverschillen tussen leerlingen zichtbaar. Daarnaast komt het prestatieprofiel zeer bekend voor, voor leerkrachten, scholen en begeleidingsdiensten: het ziet er namelijk hetzelfde uit als het aloude en bekende profiel van vaardigheidsniveaus. Met dat verschil dat het prestatieprofiel veel nauwkeuriger meet en alle voordelen van de leerwinst-methode in zich herbergt om te kunnen inzoomen op details en uitzoomen tot hoofdlijnen: het is immers afgeleid van de individuele prestatieniveaus.

nauwkeurigheid prestatieprofiel
Het voordeel om het prestatieniveau als uitgangspunt te nemen zijn onder meer:
· het prestatieniveau is samengesteld op basis van verschillenden genormeerde scores, zoals de vaardigheidsniveaus, percentielen, dle’s of intelligentiequotiënten (vrijwel alle toetsresultaten kunnen dus worden meegenomen);
· het prestatieniveau is ongevoelig voor het aantal keer dat een leerling is getoetst op een vaardigheid (alle leerlingen tellen even zwaar mee);
· het prestatieniveau onderscheidt ook verschillen binnen vaardigheidsniveaus (het CITO hanteert een vijfdeling A t/m E), door subniveaus te onderscheiden (op basis van ruwe dan wel schaalscores);
· binnen de leerwinst-methode worden prestatieniveaus niet gekoppeld aan een toets, maar aan een vaardigheid en een competentie.

Voor het opstellen van het prestatieprofiel worden de individuele prestatieniveaus opnieuw ingedeeld in de aloude indeling van de vaardigheidsniveaus, maar dan zo dat de nauwkeurigheid van het prestatieniveau behouden blijft. Een leerling die bijvoorbeeld grotendeels op B-niveau presteert, is dan niet enkel een B-leerling, maar bijvoorbeeld voor 80% een B-leerling en voor 20% een A-leerling. Ook de nauwkeurigheid van bijvoorbeeld een A++ -leerling dan wel een E—leerling, blijft behouden.

figuur en tabel tonen het prestatieprofiel 2007/2008 voor een bepaling van realistische doelstelling in het collegeplan:

thema’s
aanpak
relevante artikelen