nadere analyses Cito-scores Rotterdam

De Loos Monitoring heeft in 2010 een bijdrage geleverd in de nadere analyse van de Cito-score in Rotterdam.

aanleiding
In Rotterdam zijn de eindtoetsresultaten lager dan in de andere grote steden Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Dit blijkt uit ‘De Staat van Rotterdam’, COS, 2010. Er is sprake van een toename van het verschil van de gemiddelde CITO-toets-scores in Rotterdam, ten opzichte van het landelijk gemiddelde vanaf 2006, terwijl het verschil in de drie andere grote steden ten opzichte van 2006 wat kleiner is geworden.
Hoewel de verschillen klein zijn en de daling niet significant is roept dit vragen op, bij de gemeentelijke overheid, bij de pers, bij ouders, maar ook bij het onderwijsveld zelf. Want, zo zeggen de schoolbesturen, deze uitkomst staat in ieder geval haaks op de inspanningen die zijn geleverd om goed onderwijs te geven.

nadere analyses
In overleg met de wethouder van onderwijs besloten de Rotterdamse schoolbesturen samen met de dienst Jeugd Onderwijs en Samenleving een nadere (vergelijkende) analyse te laten uitvoeren naar de CITO-scores van de afgelopen jaren. De vraag is of er verklaringen kunnen worden gevonden voor de achterblijvende resultaten van de Rotterdamse scholen. Wat zou er anders zijn in Rotterdam dan in de andere grote steden? Wat speelt er hier wat in andere steden minder speelt? Zijn er verklaringen te vinden die een positieve beïnvloeding door de scholen of anderszins mogelijk maken. Zo ja, welke acties zijn er inmiddels ondernomen om te komen tot beter onderwijs (en hebben die al een gunstige effect gehad)?

oogmerk
Deze zoektocht is relevant, omdat het niet alleen begrijpelijk maakt wat er aan de hand is, maar ook omdat dit een begin maakt met te zien wat er aan valt te doen. Het aanpakken van ongunstige eindtoetsresultaten vereist een scherp zicht op de achterliggende oorzaken: sociaal- economische situatie van de stad, leercapaciteit van leerlingen, maar natuurlijk ook effectiviteit van de school en andere schoolkenmerken. Ook wordt nog aandacht geschonken aan zogenoemde meetfouten.

bijdrage
De Loos Monitoring heeft gezocht naar cijfermatige indicaties in welke verschillen kunnen worden toegerekend aan:
· verschillen in leercapaciteit (opleidingen ouders, uitstroom naar speciaal onderwijs, intelligentie)
· verschillen in onderwijsachterstanden (schoolwisselingen, vertragingen, taalachterstanden, herkomst)
· verschillen in schooleffectiviteit (onderlinge verschillen, interventies, inspectietoezicht)
· verschillen door meetproblemen (scheefheid scores, uitsluiten van leerlingen, multi-level probleem, en meer)

thema’s
aanpak
relevante artikelen