monitors, benchmarks en profielen

In de jaren tachtig kwamen de monitoren op. Het basisidee achter een monitor is dat een monitor een verschijnsel in beeld brengt. Monitoren centreren zich rondom een min of meer breed thema (bijvoorbeeld voortijdig schoolverlaten) en brengt daar allerhande deelaspecten van in beeld inclusief trends en uitsplitsingen. Monitoren functioneerden idealiter als middel ter signalering, verantwoording, verkenning en attendering.
Hoe omvangrijk is het voortijdig schoolverlaten? Zijn er verschillen tussen jongens en meisjes en/of hoe zeer liggen de percentages uiteen (vmbo vs. havo/vwo c.q. fbo vs. mbo).
Ook werden globale streefcijfers geformuleerd, want de overheid moest transparanter en dus doelstellingen SMART formuleren.
Een monitor beziet met name trend op een globaal niveau. Vaak kunnen vanwege dit globale niveau ook allerhande nuanceringen worden gemaakt bij deze trends of kan er worden gekeken naar allerhande detailleringen.

Een benchmark focust met name op verschillen tussen regio’s, instellingen of diensten. Benchmarks kennen één of meerdere referenties (bijvoorbeeld het gemiddelde of een doelstelling) en ook is er vaak sprake van een kritisch gebied. Deze kritische gebieden worden vaak weergegeven op een dashboard en/of met een typische inkleuring van stoplichten (“rood” is daarbij altijd kritisch).
Achterliggend idee was het de regio’s, instellingen of productgroepen zelf het beste de kwaliteit en de prestaties konden verbeteren, maar wel gehouden waren aan bewijzen van goede dienstverlening. Openbaarmaking van posities op de benchmark zou marktwerking introduceren en daarmee een extra stimulans vormen om op cruciale kerncompetenties te presteren of liever te excelleren.

Een profiel toont diverse aspecten van één enkele regio, instelling of dienst, en toont waarop het onderscheidend is. Een profiel vormt de cijfermatige basis van een kwalitatieve beschrijving, beoordeling, positionering en (uiteraard) profilering.
Het past wellicht beter in een tijdsgewricht waarin eigenheid, authenticiteit en intrinsieke waarde een alternatief vormt voor nadere rationalisering. Het voorkomt wellicht ook een te statische en regeltechnische benadering van kwaliteitsstandaarden. Alsof maatschappelijke diensten producten in steriele fabriekshalen worden gemaakt zonder invloeden van buitenaf: bij maatschappelijke diensten komt juist de buitenwereld in alle variaties op je af!
Het aardig van profielen is ook dat zij weliswaar een cijfermatige fundering hebben maak dat de uiteindelijke kleurbekenning een zaak is voor alle betrokkenen: tevredenheidsonderzoeken maken ook vrijwel altijd deel uit van profielen.

thema’s
aanpak
relevante artikelen