• Home

Categorie: design & model

De Loos Monitoring heeft kwaliteitsindicatoren ontworpen speciaal gericht op ouders.
Kwaliteitsindicatoren belichten aspecten die in meer of mindere mate horen bij de rol van onderscheiden onderwijspartners. Ouderindicatoren zijn kwaliteitsindicatoren die zijn expliciet zijn gericht op de rol, verantwoordelijkheden, onderwijsvraag en belangen van ouders.
Ouderindicatoren helpen ouders bij de schoolkeuze. Dan gaat bij de schoolkeuze niet alleen om het niveau of de nabijheid, maar ook of het concept, populatie en profiel hun kinderen past.
Ook wijzen mijn ouderindicatoren op de mate waarin ouders bijdragen aan de onderwijskwaliteit, door om. ouderbetrokkenheid, -participatie en onderwijsondersteuning. Ook kunnen ouders bijdragen aan kwaliteit door te bijdragen aan het voorkomen van schooluitval en/of aandragen van stageplaatsen/studieopdrachten.
De Loos Monitoring heeft voor de Rotterdamse kwaliteitsprofielen de volgende ouderindicatoren ontworpen:
. ouderindicator gemiddeld taalniveau
. ouderindicator onderwijsondersteuning
. ouderindicator spijbelen en presentie
. ouderindicator schooladvies en -keuze
. ouderindicator schoolwisselingen
. ouderindicator verschuiving
. ouderindicator uitstroomprofiel
In het stelsel zijn de indicatoren tezamen min of meer verdeeld over de de onderwijspartners. Maar ook dekken ze min of meer de verschillenden thema’s (profiel, prestaties, leertijd, burgerschap) alsook de verschillende aspecten (doelmatigheid, resultaat, standaarden, kwaliteit) af.

De Rotterdamse ROF-cie. Monitoring & Evaluatie produceerde vanaf 2007 het Rotterdams onderwijsverslag.
Het onderwijsverslag beoogt jaarlijks een helder en genuanceerd beeld te geven van het Rotterdamse onderwijs en de kwaliteit te vangen in kwaliteitsprofielen. Het verslag toont in een oogopslag waar sterke punten, zwakke punten en aandachtsgebieden liggen.

In het verslag gelden niet enkel de landelijke normen, maar is doelgericht gekozen voor regionale referenties en grootstedelijke kwaliteitsindicatoren.
Dat is een dappere keuze, een verdieping en precisering van de aanpak door de onderwijsinspectie. Deze keuze toont dat het Rotterdammers ernst is met de kwaliteit van onderwijs.
Er wordt in alle geledingen en op alle niveaus in het Rotterdamse onderwijs met veel inzet en liefde gewerkt aan de kwaliteit van het onderwijs, dat wij aan Rotterdamse kinderen aanbieden. Dat verdient veel waardering, maar ook een kritische blik om te bezien wat er verbeterd kan/moet worden.
Het is de bedoeling om het gevoel van urgentie te vergroten en nuanceren van de problematiek, een bijdrage aan het maken van breed gedragen keuzes, ten einde de Rotterdamse kinderen het onderwijs te bieden waarop zij en zeker ook de stad recht hebben.

Voor het onderwijsverslag 2009, 2010 en 2011 leverde De Loos Monitoring:
. ontwikkeling van visie schoolprofiel
. samenstellen kwaliteitsprofielen
. definitie kwaliteitsindicatoren
. bepaling thema’s webenquête
. ontsluiting bronnen
. functioneel ontwerp levering toetsresultaten
. berekenen resultaten
. vaststellen referentie en normen

Het toezicht door de onderwijsinspectie van de onderwijskwaliteit is proportioneel. Dat wil zeggen dat alleen scholen, waar daartoe aanleiding bestaat, aan een nader inspectiebeoordeling worden onderworpen. En het eerste criterium waar daarbij wordt gekeken, zijn de leeropbrengsten. Indien deze leeropbrengsten te laag zijn, volgt er een zwaarder toezichtarrangement. Consequentie is dat opbrengsten een uitdrukkelijk aspect van onderwijskwaliteit wordt.
Nadruk op opbrengsten kennen vele perverse effecten. Uiteindelijk doet het scholen te kort:
. te zeer gericht op toezicht i.p.v. ontwikkeling
. landelijke normen erkennen geen grootstedelijke varianten
. houdt sowieso geen rekening met lokale en regionale verschillen en keuzes van (in-)richting
. het betreft een statische en procesmatige benadering kwaliteit
. balansen en samenhangen zijn niet herkenbaar
. het doet geen recht aan de ‘vele gezichten’ van de school
De kwaliteitsprofielen die voor Rotterdam en Den Haag zijn ontwikkeld, komen tegemoet aan een aantal bezwaren.
De kwaliteitsprofielen van De Loos Monitoring bevatten kwaliteitsindicatoren. Elke indicator heeft drie kenmerken. Ze hebben een gerichtheid (of focus), ze zijn met name relevant voor één van de onderwijspartners en ze dekken een thema:
. gerichtheid: er is enerzijds een samenhang tussen dynamische kwaliteit (authenticiteit) en statische kwaliteit (standaarden) én is een samenhang tussen efficiency (limieten) en effecten (opbrengsten).
. actor: er is een evenwicht van belangen en verantwoordelijkheden, en dat betekent dat kwaliteitsprofielen voor alle belanghebbenden relevante informatie herbergen
. thema: de kwaliteitsprofielen zijn gecentreerd rondom een thema en elke indicator belicht daarvan een deelaspect
. kwaliteitsprofielen zijn cijfermatig en vormen mede de onderbouwing van een inhoudelijke beschrijving van de school (ic. schoolprofiel)
Schoolprofielen stellen scholen in staat zich telkenmale te beschrijven, te positioneren en te profielen; ze laten zien waar een school voor staat en wat een school wil waarmaken. Schoolprofielen passen in een dynamische data-driven aansturing van kwaliteitszorg.

wachtlijsten buitenschoolse opvang
In januari 2005 zijn voor het laatst de wachttijden in de buitenschoolse opvang gepeild. Daaruit bleek dat Amsterdam en Utrecht een groot capaciteitsprobleem hebben. Beide steden hebben in 2004 de achterstand niet kunnen verminderen.
Zie verder ook een korte samenvatting van de resultaten, ook voor andere regio’s.

wachttijdenmodel kinderopvang

Service Ondernemersgerichte Marktgegevens (SOM)
In 2005 heeft De Loos Monitoring in samenwerking met EbbersConsult een plan opgesteld om te komen tot een Service Ondernemersgerichte Marktgegevens. Basis hiervoor vormde de studies (2003) en peilingen (2004) van wachttijden in de kinderopvang. Kern van dit plan is de elektronische levering van wachtlijstgegevens van kinderopvangcentra aan een centrale databank. Vanuit deze centrale databank worden de marktgegevens naar de ondernemers gerapporteerd. Het belang van marktgegevens voor ondernemers in de kinderopvang is evident. Belangrijk bij succesvol ondernemen is de vraag: hoe ontwikkeld mijn markt (de vraag) zich? Blijft mijn bezettingsgraad op peil? Hoe en wanneer vang ik krimp op?
De markt voor kinderopvang is anno 2005 vrijgemaakt en wordt snel vraaggericht en concurrerend. Met betere marktinformatie kan een ondernemer gerichter omgaan met investeringen in aanbod: personeel, gebouwen, organisatie, marktbewerking. Eisen die een ondernemer stelt aan marktgerichte informatie zijn: duidelijk, helder, actueel, op zijn situatie toegespitst en betrouwbaar. Tot op heden was het onmogelijk of moeizaam om deze marktinformatie te krijgen.
Het plan om met ondernemers in de kinderopvang, te komen tot deze service, is nader toegelicht in een brochure.
vijf kwartaalpeilingen wachttijden kinderopvang
In 2004 heeft De Loos Monitoring een vijftal wachttijdenpeilingen verricht in opdracht van ministerie SZW in samenwerking met KidsConcern. Zie ook een samenvatting van de recentste wachttijdenpeiling.
studie wachttijden kinderopvang
In 2003 heeft De Loos Monitoring een achttal studies verricht om te komen tot een zuivere peiling van de wachtlijsten en -tijden in de kinderopvang. Deze studies omvatte ondermeer:
• een kritische beschouwing van bestaande wachtlijstonderzoeken
• een model en een advies voor wachttijdmetingen
• een peiling van wachttijden bedrijfsopvang
• een studie van wachttijden in de gesubsidieerde-, particuliere- en bedrijfsopvang
meer voorbeelden:
Het eindrapport van de studies
bijlage 1 over eerdere onderzoeken naar wachttijden
bijlage 2 met nadere resultaten peiling wachttijden bedrijfsplaatsen
bijlage 3 een aanvullende studie naar wachtlijsten
bijlage 4 een gegevensmodel voor wachttijden
bijlage 5 regionale verschillen tussen wachttijden en wachtlijstprofielen
bijlage 6 bestaand onderzoek opnieuw bekeken
bijlage 7 wachtlijstonderzoek via ouderbevraging (NIPO/Vyvoj)
wat daaraan vooraf ging
In 1999 leverde De Loos Montoring een unieke monitor Kinderopvang af. Daarin werd een stedelijk overzicht gegeven van het gebruik van de kinderopvang in Den Haag. Belangrijke indicatoren betroffen het gezinsinkomen, verhouding tussen reguliere opvang en bedrijfsopvang en particuliere opvang, de ontwikkelingen in de dagopvang, naschoolse opvang en diverse flexibele opvang, en het gebruik door verschillende etnische groepen en gebruik in verschillende stadsdelen.
Ook de wachttijd tot aan de plaatsing werd in ogenschouw genomen, maar leidde tot een onverwacht resultaat: namelijk gemiddeld bestaat er geen wachttijd. Daarop verzocht de gemeente aanvullende analyses door De Loos Monitoring.
In samenwerking met de voornaamste Haagse instellingen is geconstateerd dat de gebruikte registraties en reeds verrichte wachtlijstpeilingen een aantal fundamentele fouten bevat, die een goede wachtlijstmonitoring onmogelijk maken. Voornaamste bevinden leidde wederom tot het beeld dat in de meeste gevallen er geen sprake is van wachttijd. Immers de ‘wachtlijsten’ zijn grotendeels ‘planningslijsten’, waarbij onterecht de ‘inschrijfdatum’ wordt genomen als startdatum van ‘het wachten’. Belangrijke groepen ‘wachtenden’ zijn daarnaast van de ‘wachtlijst’ gehaald, omdat een een kindplaats is ‘gereserveerd’. Veel ogenschijnlijk ‘wachtenden’ hebben veelal elders ‘opvang gevonden’.
Verder bleek nogmaals het belang van een goede ‘wachtlijstmonitoring’, mede voor een goede verantwoording van de uitbreidingsinspanningen, strategische productontwikkeling en effectief plaatsingsbeleid. Voorbeelden van indicatoren en nieuwe verbeterde presentaties zijn landelijk verspreid.
Door het netwerkbureau Uitbreiding Kinderopvang is De Loos Monitoring gevraagd deze visie toe te lichten en de consequenties in te schatten voor de prognoses van benodigde kindplaatsen en de toepassing van cijfermateriaal bij uitbreidingsplannen.

De Loos Monitoring heeft op verzoek van de gemeentelijke afdeling Onderzoek & Statistiek bijgedragen aan de Zwolse trendrapportage onderwijs. De trendrapportage biedt een breed overzicht aan kwantitatieve en deels kwalitatieve gegevens die iets zeggen over het onderwijs in Zwolle.
Voor het primair en voortgezet onderwijs stelt het ministerie regulier betrouwbare basisgegevens beschikbaar. Deze gegevens zijn afkomstig van DUO (toentertijd CFI) en zijn bewerkt door De Loos Monitoring. Gezien lacunes in de informatie, heeft De Loos Monitoring voor een aantal thema’s in de trendrapportage aanvullende gegevens opgevraagd bij onderwijsinspectie én informatieproducten DUO:
. landelijke gegevens over schorsingen en verwijderingen per instelling;
. landelijke gegevens over tegemoetkomingen studiekosten per instelling;
. landelijke gegevens Onderwijs in Cijfers per instelling (financiën, personeel & doorstroom).
Voor de trendanalyses leverde De Loos Monitoring betrouwbare resultaten vanaf 1998/’99, waarvan in de trendrapportage alleen de vijf recentste schooljaren zijn benut.
De overzichten in de gehele trendrapportage kennen een strakke eenduidig opzet. Leidend bij de presentatie van de uitkomsten was het idee, dat in elk overzicht en paragraaf een ‘bite’ bevat, een prikkelde opvallende gegeven. Dit houdt aandacht en interesse van de lezer vast:
. soms betrof dit een prikkelende combinatie van aantallen, subtotalen en kengetallen (bijvoorbeeld ‘verlate overgang po>vo’);
. soms leverde overzichten nieuwe informatie over bijvoorbeeld wijken, zoals ‘verwijzingen speciaal onderwijs per wijk’;
. er werden nieuwe manieren gezocht om te kijken naar onderwijs: niet alleen bevatte de trendrapportage telling en trends naar onderwijsniveau, maar ook naar opleidingsrichting (bv. techniek vs. landbouw, economie en/of zorg) en schooltype (bijvoorbeeld regulier vs. leerwegondersteuning);
. de trendrapportage bevat ook diverse vergelijkingen tussen Zwolle en GSB-steden;
. vermeldenswaardig zijn ook de driejaaroverzichten, waarin de meest relevante kengetallen zijn bijeengebracht. Voor de overzichten naar denominatie of steden zijn de uitkomsten herberekend als driejaargemiddelden.


Verder leverde De Loos Monitoring enkele onderwijsinhoudelijke bijdragen, en beoordeelde De Loos Monitoring resultaten die door andere onderzoeksbureaus werden aangeleverd.

De Rotterdamse onderwijsmonitor (kortweg ROM) leverde uiteenlopende dataverzamelingen, onderzoeksrapportages en jaarverslagen om het Rotterdamse onderwijsveld in kaart te brengen, leverde geen overzicht. Verschillende rapporten leverde tegenstrijdige informatie. De kosten voor alle afzonderlijke rapportages liepen op. En het beheer van gegevens en informatie was verspreid over diverse instellingen.
De Loos Monitoring heeft in samenwerking met BMC Interface en CNS International een datamodel opgezet voor een integrale dataverzameling, waarin gegevens van diverse herkomst en kwaliteit zijn opgeslagen. Enkele opvallende zaken:
· door vergelijking van allerhande basisgegevens kon nieuwe informatie worden afgeleid (indicatoren);
· er zijn deelgemeentelijke en schoolbestuurlijke rapportages opgesteld, direct afgestemd voor een functioneel gebruik;
· middels de reportingtool DWExplorer werd het mogelijk verdiepende analyses en evaluaties te doen.
Hieronder een schematisch overzicht van de relatie tussen het datamodel en de functie voor bestuur en management.

Het datamodel is zeer uitgebreid en ‘uitbreidbaar’. Het kent een achttal feitentabellen, zoals ‘deelname’, ‘uitstroom’, ‘prestaties’, ‘examens’, ‘indicatie’, waarmee vrijwel alle relevante beleidsvragen kunnen worden beantwoord.
De feiten zijn gekoppeld aan een negental dimensies, waaronder ‘leerling’, ‘school’, ‘opleiding/toets’. Van deze drie dimensies zijn voor elk zo’n twintig kenmerken beschikbaar. Ten behoeve van de dimensie ‘tijd’ worden ook ‘historische’ gegevens opgeslagen. Zie hieronder een nader uitgewerkt datamodel.

In 2004 heeft De Loos Monitoring tijdregistratiegegevens van zorginstellingen verwerkt en geanalyseerd. Doel was een onderbouwing van kosten van diensten en voorzieningen. Ook moet een heldere monitoring van diensten, trajecten en cliënten leiden tot een verdere professionalisering van het aanbod en kostenbewuste inzet van middelen.
Diensten zijn afzonderlijk geanalyseerd, maar ook in samenhang met andere afgenomen diensten (trajecten) en mede op basis daarvan zijn cliëntprofielen opgesteld. Ondanks de complexiteit en veelvormigheid is het model eenvoudig gebleven: dit komt een eenduidige analyse ten goede.
De Loos Monitoring heeft een datamodel ontwikkeld voor ontsluiting van de tijdregistratiegegevens, inzichtelijke onderbouwing van de kostprijs, en analyse van cliëntprofielen.
Hieronder een korte weergave van het datamodel:





De Loos Monitoring ontwerpt en definieert indicatoren op maat. Voor de ontwikkeling van indicatoren De Loos Monitoring een innovatief onderscheid in de gerichtheid van indicatoren.
Wanneer diverse indicatoren verschillen in hun gerichtheid, leveren deze tezamen een meer volledig beeld. Het brengt balans in kwaliteitsprofielen. Informatiebehoefte wordt gevoed vanuit gerichtheid van het handelen: wat is de focus van de actor? Gerichtheid betreft het oogmerk, de bedoeling of de focus van de actor.
De Loos Monitoring onderscheidt zeven archetype van gerichtheden. Vanuit het herkennen van de gerichtheid van de actor kan de informatiebehoefte worden begrepen. De keuze voor een passende en effectieve indicator volgt hieruit. Een juiste geëigende indicator is essentieel voor draagvlak, wordt makkelijker geïnterpreteerd en beperkt de kosten. Informatiegerichtheid is een voornaam en weinig onderkende sleutel voor het vinden van een juiste indicator.
De Loos Monitoring ontwikkelde een Quick-Scan om uit tal van alternatieven een goede en onderbouwde keuze te maken voor een indicator.

Voor het Rotterdamse onderwijsverslag heeft De Loos Monitoring vier actoren (probleemeigenaren) onderscheiden en voor elke actor eigen kwaliteitsindicatoren geleverd op de thema’s taal, integratie & burgerschap én leertijd. Ouders hebben hierin evenzeer een rol én verantwoordelijkheid. Dit in tegenstelling tot de kwaliteitsindicatoren van de onderwijsinspectie.

Zie hiervoor ook het schoolprofiel ‘in balans’ ter voorbereiding op het “Publiek KwaliteitsProfiel (PKP)” voor de VO-Wegwijzer Haaglanden.