• Home

Categorie: voortijdig schoolverlaten

Er is een grote rijkheid informatie beschikbaar in de BRON-kubussen. Na ontsluiting volgt het vraagstuk van de daadwerkelijk inzet en feitelijke benutting van de beschikbare informatie.
De Loos Monitoring heeft op verzoek van Ingrado geconcretiseerd op welke wijze BRON-informatie dient te worden ingezet ter versterking van de RMC-regie. De Loos Monitoring heeft de opsomming geïllustreerd met sprekende voorbeelden. Hieronder uitgangspunten en handreikingen die De Loos Monitoring Ingrado aan de hand heeft gedaan:

inbedding
De inbedding betreft wie wanneer welke informatie beschikbaar gesteld krijgt:
– jaarlijkse rapportage, gericht op versterking en aanjagen RMC-functie;
– monitor, gericht op specifieke vraagstukken (bv. ‘succes in het mbo’);
– ad-hoc analyses, gericht op actualiteit;
– beheer van informatie.

aanjagen en versterken RMC-regie
Jaarlijks spreken partners, ingebed in de begrotingscyclus en verantwoordingsronde, over het werkveld, over het werk dat er lig, over de nieuwe kansen, over wederzijdse toezeggingen en verwachtingen.
– soms moet het ook eens klaar zijn met verantwoorden!
– waar staan we nu en wat komt er op ons af?
– we moeten ook weer zin krijgen om er weer een jaar voor te gaan!
– begrijpen waar je staat
– wie je partners zijn
– wat je te kunt toezeggen
– wat je staat te doen

monitoring
In z’n algemeenheid staat monitoring voor een globale schouwing van een thema op basis van gegevens die om andere (veelal administratieve) redenen zijn vergaard. Kenmerkend is dat de schouwing normaliter de volledige populatie betreft, hoewel de gegevens beperkt specifiek zijn. Een monitor bevat veelal een of meer een vaste vorm heeft.
– in de vorm van trendanalyses, benchmark/toplijsten, evaluatie of prognoses;
– bijvoorbeeld over leerlingen of schoolverlaters, over scholen of (sub)regio’s, over opleidingen of kwalificatie;
– signalering van (sub)regionale/sectorale ontwikkelingen;
– visualiseren en benadrukken maatschappelijk effecten/belangen/samenhang;
– alarmeren bij zorgelijke ontwikkelingen en onacceptabele situaties;
– stimuleren en kaderen politiek-maatschappelijke debat;
– bijdragen aan ideeën- en visieontwikkeling;
– evaluatie en vaststellen effecten beleid;
– optimalisering processen en aanzetten tot bijstellingen;
– verantwoording, managementcontracten, portfolio, intervisie;
– controle op afspraken;
– prioriteiten, maatoplossingen en focussen.

ad-hoc analyses:
In de kubussen zijn BRON-gegevens reeds ontsloten en gecontroleerd, en zijn derhalve bijzonder geschikt om ad-hoc of aanvullende analyses uit te voeren, zonder dat de nieuwste resultaten afwijken van eerdere uitkomsten.
– inbreng leveren op actuele thema’s (belangenbehartiging)
– reageren op signalen van elders (koers houden)
– onder de aandacht brengen

beheer over informatie:
– zorgen voor beschikbaarheid (centraal vraag- en informatiepunt)
– informatie op ‘voorraad’, ‘calamiteiten’-informatie
– overview en validatie (toegang tot achtergronden, zicht op geldigheid van uitspraken elders)
– details en kader (vertalen naar concrete situaties dan wel oppakken binnen een brede kader)

inleiding
Op verzoek van Spirit4You heeft De Loos Monitoring begin 2011 bekeken hoe de doorstroom van vo-scholen naar mbo-opleidingen in de regio Haaglanden verloopt en in welke de mate er sprake is van een succesvolle opleidingstraject van deze leerlingen in het mbo.
Daarbij was het verzoek van Spirit4You om conclusies te geven in de vorm van aandachtspunten en/of knelpunten en te zoeken naar relevante aspecten voor besturen en management van vo- en mbo-instellingen en gemeenten in de regio Haaglanden.
De rapportage “succes in het mbo” doet verslag van analyses naar het succes van deelnemers in het mbo. Er is getracht de successen in het mbo toe te rekenen aan het voortgezet onderwijs. Voor alle vo-vestigingen zijn de successen in het mbo van hun voormalige leerlingen uitgedrukt in schoolcijfers.
Ook is gekeken naar het het regionale beeld. Dit geeft zicht op positieve ontwikkelingen en knelpunten, welke aanleiding kunnen vormen voor een nadere bestudering en prioritering in de aanpak. Ook laten regionale bevindingen zien waar de mogelijke aandachtspunten zouden kunnen liggen voor de afzonderlijke scholen voor voortgezet onderwijs. Die kunnen zo hun eigen situatie (en schoolcijfers) beter beoordelen.
In de rapportage is op verschillende plaatsen deze tweeledigheid te onderscheiden. Op het regionaal niveau zijn de vragen geoperationaliseerd naar:
. voor welke mbo-instellingen kiezen de leerlingen in Haaglanden?
. welke opleidingsrichtingen kiezen de leerlingen vanuit het voortgezet onderwijs?
. hoe vaak wisselen deelnemers in het mbo van opleidingsrichting, sector, locatie en/of instelling?
. in welke mate slagen zij erin een startkwalificatie in het mbo te behalen?
. en daarbij: in welke mate hebben trajectwisselingen effect op de uiteindelijke kwalificatie?
Op schoolniveau zijn vragen geoperationaliseerd naar:
. hoeveel leerlingen stromen vanuit welke vo-scholen in op een mbo-instelling?
. van welke vo-scholen zijn de instromers op opleidingsrichtingen met name afkomstig?
. kunnen trajectwisselingen en de mate van kwalificatie worden toegerekend aan de leverende scholen voor voortgezet onderwijs? En wat zijn dan de uitkomsten?
Wanneer blijkt dat inderdaad successen in het mbo kunnen worden toegerekend aan vo-scholen, moet en kan er dan niet op enigerlei wijze rekening worden gehouden met de verschillende uitgangsposities van vo-scholen en hun voormalige leerlingen, voor een meer valide vergelijking tussen de vo-scholen? Hiervoor zijn op regionaal niveau een aantal mogelijke relevante uitgangsposities verkend.
De analyses zijn uitgevoerd op basis van gegevens uit de basisregistratie onderwijsnummer (BRON). Deze zijn door het ministerie van OCW aan de regio Haaglanden ter beschikking gesteld in het kader van de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten (vsv) en het verbeteren van de doorstroom van het voortgezet onderwijs naar het middelbaar beroepsonderwijs. De gegevens zijn beperkt tot personen tot en met 23 jaar die in de regio woonachtig zijn.

rapportage ‘succes in het mbo’
De rapportage beantwoordt de volgende vragen:
. hoe verlopen de leerlingenstromen vo naar het mbo? Welke richtingen worden daarbij gekozen en wat zijn de leverende scholen van voortgezet onderwijs;
. daarna wordt een schets gegeven hoe de loopbanen in het mbo er uit zien. Hoe vaak wisselen deelnemers van instelling, van niveau en/of van opleiding. Dit met de veronderstelling dat wisselen, weliswaar niet in alle gevallen, maar over het geheel genomen minder gunstig is voor het soepel doorlopen van het middelbaar beroepsonderwijs;
. ongeacht het traject binnen het middelbaar beroepsonderwijs is het einddoel een kwalificatie, die een deelnemer in staat stelt tot kansrijke participatie op de arbeidsmarkt. In het derde deel van de rapportage wordt beschreven welk deel van de deelnemers hierin slaagt;
. in de eerste drie delen wordt met name het kader geschetst van de overgang, de trajecten en de kwalificatie. Het vierde deel van de rapportage keert terug naar de scholen voor voortgezet onderwijs en beziet hoe succesvol de leerlingen van bepaalde scholen zijn in het mbo. Dit kan worden gezien als indicatie voor de voorbereidende kwaliteiten van de vo-scholen.
. leerlingen vertonen grote verschillen in uitgangspositie bij een start in het mbo. Allereerst kan het niveau van de vo-opleiding verschillen, maar ook het schooltype (bv. praktijkonderwijs of leerwegondersteuning) en/of de leeftijd (als indicatie voor vertraging en achterstanden). Het laatste deel van de rapportage bekijkt of deze aspecten relevant zijn voor de beoordeling van de rendementscijfers. Vooralsnog worden in deze rapportage nog geen correcties uitgevoerd op de rendementscijfers van scholen vanwege deze verschillen in de uitgangsposities van de leerlingen.

Vooraf
Op basis van individuele onderwijsgegevens uit het BasisRegister OnderwijsNummer (BRON) kan een rijke diversiteit van analyses worden uitgevoerd.
Zo heeft De Loos Monitoring in opdracht van de gemeente Amsterdam, de vo-trajecten van voormalige basisschoolleerlingen opgemaakt en bekeken in welke mate het advies en de cito overeenkomen met de onderwijspositie vo, 3 jaar na de overgang.
Voor RMC Haaglanden heeft De Loos Monitoring bekeken, hoe de doorstroom van vmbo-scholen naar mbo-opleidingen in de regio Haaglanden verloopt en in welke mate er sprake is van een succesvol opleidingstraject van deze leerlingen in het mbo.
beschrijving BRON
Het Basisregister OnderwijsNummer bevat in- en uitschrijfgegevens, examen- en diplomagegevens van bekostigde instellingen in het voortgezet onderwijs en de beroeps- en volwasseneneducatie. De instellingen leveren deze gegevens, gekoppeld aan het onderwijsnummer of persoonsgebonden nummer, elektronisch aan bij DUO, waar ze worden geregistreerd in BRON.
advies standaardverwerking 2009
Op verzoek van de gemeente Amsterdam heeft De Loos Monitoring in 2009 een aanpak voorgesteld voor de verwerking van BRON-gegevens:
. een centrale verwerking tot informatiekubussen (daardoor kunnen kubussen beschikbaar worden gesteld aan stadsdelen, onderzoeksbureaus e.a., zonder dat de uitkomsten elkaar tegenspreken);
. vaste kenmerken en aggregaties toewijzen aan om. elementen en crebo’s;
. vaste set basisbewerkingen en afgeleide basisgegevens van betreffende trajecten, uitval en kwalificatie;
. grondslagen voor vaste peilingen, selecties en schoning van brongegeven; en
. eenduidige keuze voor historische vs. actuele kenmerken.
Dit advies heeft geresulteerd in een pilot-verwerking van de BRON-gegevens tot de kubus “rendement”.
kubus rendement vo en terugkoppeling bao 2010
De Loos Monitoring heeft voor Amsterdam de kubus rendement opgebouwd. De kubus rendement toont de individuele onderwijsposities op peildatum 15 januari sinds 2003.
De gemeente Amsterdam beschikte daarnaast over de individuele herkomstgegevens én over de individuele overgangsgegevens povo (basisschool, advies, eindtoets, behandelingswijze). De Loos Monitoring heeft deze drie bronnen tezamen genomen, om zo onder meer te laten zien in welke mate adviezen en onderwijsposities na 3 jaar overeenkomen. En of er sprake is van onder- of overadvisering in de verschillende wijken én of er verschillen zijn naar herkomst.
De individuele trajecten van voormalige leerlingen zijn op naam teruggekoppeld aan de basisscholen van herkomst.
In 2011 is daaraan toegevoegd de kwalificatiestatus op 15 januari:


VOROC-informatiekubussen 2010
Voor Spirit4You (RMC Haaglanden) is gezocht naar relevante kerncijfers voor een versterkte overgang vo->mbo:
. waarheen stromen tl/havo-schoolverlaters en pro-uitstromers;
. met welke bagage stromen leerlingen in op het mbo;
. wat zijn de successen in mbo, wat is het extern rendement van het vmbo;
. wat zijn de achtergronden van het voortijdig schoolverlaten.
Voor deze en andere vragen zijn er 14 kubussen opgebouwd. Elke kubus bevat een set ééncijfergegevens. Kubussen kunnen onderling worden gekoppeld op basis van individueel (omnummerd) leerlingnummer.
validatie kubussen 2011
Op verzoek van de gemeente Den Haag is een set van tests en logs ontwikkeld. Deze tests/logs waarborgen de kwaliteit en de validiteit van de informatie in de informatiekubussen.
ontwikkelde kubussen 2011
Er zijn diverse kubussen ontwikkeld die elke een deel van relevante zaken belichten. Hieronder een korte exposé. Een uitgebreidere beschrijving met voorbeeld kunnen worden gedownload:
. kubus ‘buiten onderwijs’ (datum/duur buiten onderwijs, actuele status én laatste school/opleiding/diploma);
. kubus ‘diplomering’ (diplomabezit bij aanvang schooljaar);
. kubus ‘examens’ (resultaat examen);
. kubus ‘inschrijving’ (maandelijkse peiling van inschrijvingen);
. kubus ‘instroom’ (school/opleiding/diploma van herkomst én wisselingen leerjaar/niveau/school/sector/leerweg);
. kubus ‘persoon’ (geslacht/geboortedatum);
. kubus ‘rendement’ (school/opleiding/diploma van bestemming én wisselingen leerjaar/niveau/school/sector/leerweg);
. kubus ‘startpositie’ (school/opleiding/diploma bij 15de verjaardag);
. kubus ‘kwalificatie’ (kwalificatiestatus en -niveau geleverd/afgeleid op teldatum 1 oktober en peildatum 15 januari);
. kubus ‘vooropleiding’ (school/opleiding/diploma vorige opleiding).

Voor de terugkoppeling aan de scholen zijn voor Amsterdam beschikbaar:
. overgangsgegevens (schoolkeuzeadvies, eindtoetsresultaat en -advies, behandelingswijze, resultaat 3de jaar VO);
. etnische herkomst;
. naam van leerlingen.
Voor RMC Mondriaan is beschikbaar:
. cursistengegevens (onderwijslocatie, leerweg).
Verder is beschikbaar:
. publieke locatienamen in plaats van formele schoolnamen;
. stadsdelen/deelgemeente (woonachtig en onderwijslocatie) in plaats van plaats.
De verwachting is om op termijn overgangsgegevens vo->mbo toe te voegen aan de kubussen. Hierdoor kunnen mbo-trajecten en uitval in het mbo worden vergeleken hoe de overgang is verlopen, welke risicoïndicaties er bekend zijn en of de nieuwe deelnemers in eerder begeleidingstrajecten hebben gezeten.

In 2010 heeft De Loos Monitoring een factsheet opgesteld over de achtergronden van het voortijdig schoolverlaten. Centrale vraag van deze factsheet betreft de achtergronden van het voortijdig schoolverlaten: zijn er kenmerken of factoren die samenhangen met het voortijdig schoolverlaten? Zijn er aanwijzing en indicaties te vinden van de achtergronden (redenen of plaatsen) uitval?
Met behulp van regionale BRON-gegevens is het mogelijk nader uitval te bekijken op de locaties, in de domeinen en binnen de opleidingen.
De factsheet toont onder meer:
. tellingen van de kwalificatiestatussen van leerlingen/deelnemers die in het voorgaande jaar nog in het voortgezet onderwijs dan wel het middelbaar beroepsonderwijs verbleven;
. een gedetailleerd beeld van de allerhande percentages (waaronder het vsv-percentage) in de afgelopen zeven schooljaren;
. uitsplitsingen van voortijdig schoolverlaten vo/mbo naar leeftijd, geslacht en woonplaats/stadsdeel;
. uitsplitsingen van vsv naar verhuizingen vanuit buurt, wijk, plaats/stadsdeel, gemeenten of regio;
. uitsplitsingen naar voormalig onderwijsniveau, leerjaar, schooltype of opleidingsrichting;
. nadere beoordeling van schoolverlaten vanuit praktijkonderwijs én voortijdig schoolverlaten vanuit havo/vwo.
Additioneel is er ook gekeken naar:
. (voortijdig) schoolverlaten (en terugkeer) gedurende het schooljaar;
. duur van het voortijdig schoolverlaten;
. schoolverlaten zonder certificaten/diploma of met vmbo- of mbo1-diploma.
De factsheet besteed ook aandacht aan de mogelijkheden en de beperkingen van de BRON-data.

Op basis van kwalificatieniveau en trajecten kunnen kwalificatiestatussen worden onderscheiden. De status geeft weer óf een leerling/deelnemer onderwijs volgt/volgde en óf er sprake is van een kwalificatie.
De VSV-verkenner onderscheid de statussen A) volgde én volgt voortgezet onderwijs B) volgde onderwijs, maar is nu schoolverlater:

De Loos Monitoring stelt voor deze indeling te verrijken:

Vanaf voorjaar 2000 is De Loos Monitoring betrokken geweest bij het Amsterdamse programma Naar Betere Resultaten. Dit programma kent een drietal monitoringstakken, te weten:
· het verbeterde gebruik van de leerplichtregistratie t.v.b. onderwijsmonitoring en management;
· het meten van de schoolverbeteringen t.b.v. geformuleerde prestaties en beleidsdoelstellingen;
· het optimaliseren van de informatievoorzieining onderwijs t.b.v. een snelle en betrouwbare rapportages over onderwijs relevante indicatoren.
Aanvankelijk voerde De Loos Monitoring allerhande werkzaamheden uit betreffende ‘schoningen’, ‘grafische presentaties’, ‘standaardrapportages’ en ‘bestandsmanipulaties’.
In aansluiting daarop is De Loos Monitoring meer en meer ingezet voor interne coaching, ‘probleemoplosser’ en begeleiding.

De Loos Monitoring heeft in 2001 voor de leerplichtafdelingen van Amsterdam en Rotterdam maandrapportages ontwikkeld voor management en leerplichtambtenaren. In verschillende rapportages ligt het accent:
. op beheersmatige informatie (verdeling van werkzaamheden en taken voor hoofd leerplicht);
. op informatie over lopende en afgeronde behandelingen (overzichten voor elke leerplichtambtenaar afzonderlijk);
. maandelijks trends voor voortijdige signalering van ontwikkelingen (voor intern en externe afstemming en bijstelling);
. managementinformatie (verplichtingen, verantwoording en jaarplanning).
De functie van dergelijk rapportages is om binnen het complexe en veeleisende werk van de leerplichtbureaus, klaarheid te houden over de voornaamste ‘bedrijfsdoelstellingen’ en het overzicht te behouden, ook wanneer de hectiek van de dag parten speelt. De rapportages bieden aanleiding voor management met leerplichtambtenaren en administratie te spreken over de voortgang en de te leggen accenten. En, indien nodig, wethouders tijdig en onderbouwd in te lichten over een gerezen problematiek.
Maandelijks levert de leerplichtadministratie een gestandaardiseerde export. Deze export wordt verwerkt en bewerkt voor import in een rapportagegenerator (Crystal Reports). Daarin staan de verschillenden rapportages geprogrammeerd. De rapportagegenerator schrijft de rapportages in PDF.