• Home

Categorie: monitoring

In alle informatiekubussen van De Loos Monitoring zullen plaatscodes en buurtcode staan vermeld, in plaats van een plaatsnaam of een postcode. En wanneer een stad, stadsdelen of deelgemeente kent, zullen deze de plaats innemen van … de plaats. Alle actuele en voormalige gemeenten zijn in te delen in tal van regio’s, waaronder provincies, RMC-regio’s of de mate van stedelijkheid.
Jaarlijks actualiseert De Loos Monitoring de plaatscodetabel, de gemeentefusies en de regionale indelingen, op basis van open datasets bij het CBS.

plaatscode
In lokale en open datasets met een plaatsnaam zal De Loos Monitoring deze plaatsnaam omzetten in een plaatscode. Daarmee komt een eind aan diverse schrijfwijzen en/of het gedoe rondom plaatsen (en gemeenten) met een zelfde naam. Om de plaatsnamen om te zetten, gebruikt De Loos Monitoring aan de ene kant de plaatscodetabel van het CBS, en aan de andere kant een plaatsnamen-vertaaltabel, met daarin alle voorkomende schrijfwijzen (met of zonder hoofdletters en/of provincieletters).

wijkbuurtcode
Ook is een postcode in een dataset eigenlijk helemaal niet handzaam, want de postcode is eigenlijk altijd te gedetailleerd. Het levert ook weinig extra informatie op. De Loos Monitoring heeft een postcodetabel aangeschaft waarmee postcode kunnen worden omgezet naar een wijkbuurtcode. En zo is dan ook gelijk de buurt, de wijk én de gemeente bekend (en gecodeerd).
Bij het CBS is allerhande informatie beschikbaar op buurt- en wijkniveau, waaronder gemiddelde prijs van een woning, werkeloosheidspercentage en opkomstpercentage tijdens verkiezingen.

stadsdelen
Voor een vijftal gemeenten heeft De Loos Monitoring nu de wijken ingedeeld in stadsdelen (of deelgemeenten). Zo kent de gemeente Rijswijk (code 0603) tweeëndertig buurten, negen wijken én vier zones (Midden, Oost, Zuid en West). De zones vervangen dan de plaatsnaam Rijswijk (code 2459).

regio’s
Jaarlijks levert het CBS een bijgewerkte indeling van regio’s. De bekenste daarvan zijn natuurlijk de provincies. Maar voor onderwijsland zijn de RMC-gebieden relevant. Andere indelingen zijn onder meer ‘mate van stedelijkheid’ en ‘gemeentegrootte’. Zelf heeft De Loos Monitoring gemeente ingedeeld op basis van deelname aan het (voormalige) grotestedenbeleid (G4, G27, G5 ‘Ortega’) en/of het G40-stedennetwerk.

Op Open OnderwijsData van DUO staan allerhande datasets. DUO wil met de datasets op Open OnderwijsData voorzien in een brede informatiebehoefte.
De Loos Monitoring verwerkt de datasets tot informatie op maat en analyseert de uitkomsten.
De allereerste datasets die DUO plaatsten op Open OnderwijsData, waren de BBO-datasets. BBO staat voor Basisgegevens Bekostigd Onderwijs.
De BBO-datasets zijn beschikbaar gesteld sinds 2001/’02. De datasets zijn toentertijd opgemaakt ten behoeve van de grote steden in het kader van het GOA-beleid (gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid). Het GOA-beleid bestaat niet meer, maar de datasets zijn gebleven. De datasets bleken geschikt voor tal van toepassingen.
In de BBO-datasets staan leerlingenaantallen primair, voortgezet, middelbaar en hoger onderwijs, uitgesplitst voor onderwijsvorm en schoollocatie. In de verschillende datasets wordt vervolgens nader uitgesplitst naar geslacht, leeftijd, woongemeente en/of gewicht, leerjaar, vsv, herkomstschool, van/naar so, diploma’s.
Meest recent zijn nu de BBO-datasets 2016/’17.
Het aantal datasets op Open Onderwijsdata breidt nog steeds uit (of worden daarheen verhuisd). De Loos Monitoring houdt bij welke landelijk onderwijsgegevens beschikbaar zijn op Open Onderwijs data (of elders) en welke dataset nog niet beschikbaar zijn.

De Loos Monitoring heeft de datamart onderwijs ontwikkelt.

De datamart is een veelzijdige bron voor monitoring en benchmarking. Meer hierover bij de “datamart onderwijs”.
De datamart onderwijs is in feite een stel, onderling samenhangende, informatiekubussen met landelijke onderwijsdata.

De voornaamste bronnen zijn:
. open onderwijsdata;
. basisgegevens bekostigd onderwijs;
. onderwijsresultaten (voorheen kwaliteitskaarten).

Deze informatiekubussen kunt u via deze pagina downloaden.
Open Onderwijsdata is in korte tijd verworden tot de centrale plaats waar datasets te vinden zijn:
. scholen en passend onderwijs
. opleidingen en diploma’s
. leerlingen en leerlingenstromen
. personeel
. financiën en bekostiging
. van primair tot wetenschappelijk onderwijs

Op de site staan de vijf recentste jaren. De Loos Monitoring beschikt over de datasets vanaf 1998/1999.
Ook via deze site staat de voormalige dataset (voor gemeenten): basisgegevens bekostigd onderwijs (BBO). Daar in staan onder meer:
. leerlingen primair onderwijs
. schoolwisselingen primair onderwijs
. trajecten speciaal onderwijs
. omvang opleidingen voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
. leeftijd en etnische herkomst voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
. woongemeenten en voortijdig schoolverlaten voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
. gediplomeerden voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
. gegevens over vestigingen, instellingen, besturen en samenwerkingsverbanden
. fusies, samenvoegingen, opheffingen en splitsingen

De onderwijsinspectie heeft een eigen site voor onderwijsdata. Maar ook is een deel beschikbaar via DANS.
Daar zijn de onderwijsresultaten voortgezet onderwijs (voorheen toezichtkaarten en daarvoor kwaliteitskaarten) te vinden met:
. examenresultaten
. cijfers op schoolexamens en centraal examens
. trajecten en snelheid onderbouw
. rendement bovenbouw
. oordelen onderwijsinspectie
. vestigingsgegevens
Voor de onderwijsresultaten is wel toestemming nodig van de onderwijsinspectie. Op de site van de onderwijsinspectie zelf kunnen vrijelijk datasets worden gedownload over:
. kwaliteitsindicatoren
. toezichtarrangementen
. steekproeven
. excellente scholen
. (zeer) zwakke scholen

De Loos Monitoring verwerkt deze dataset tot onderling samenhangende informatiekubussen.
Deze informatiekubussen kunt u voor een deel via deze site downloaden (zie voorbeelden).

In de jaren tachtig kwamen de monitoren op. Het basisidee achter een monitor is dat een monitor een verschijnsel in beeld brengt. Monitoren centreren zich rondom een min of meer breed thema (bijvoorbeeld voortijdig schoolverlaten) en brengt daar allerhande deelaspecten van in beeld inclusief trends en uitsplitsingen. Monitoren functioneerden idealiter als middel ter signalering, verantwoording, verkenning en attendering.
Hoe omvangrijk is het voortijdig schoolverlaten? Zijn er verschillen tussen jongens en meisjes en/of hoe zeer liggen de percentages uiteen (vmbo vs. havo/vwo c.q. fbo vs. mbo).
Ook werden globale streefcijfers geformuleerd, want de overheid moest transparanter en dus doelstellingen SMART formuleren.
Een monitor beziet met name trend op een globaal niveau. Vaak kunnen vanwege dit globale niveau ook allerhande nuanceringen worden gemaakt bij deze trends of kan er worden gekeken naar allerhande detailleringen.

Een benchmark focust met name op verschillen tussen regio’s, instellingen of diensten. Benchmarks kennen één of meerdere referenties (bijvoorbeeld het gemiddelde of een doelstelling) en ook is er vaak sprake van een kritisch gebied. Deze kritische gebieden worden vaak weergegeven op een dashboard en/of met een typische inkleuring van stoplichten (“rood” is daarbij altijd kritisch).
Achterliggend idee was het de regio’s, instellingen of productgroepen zelf het beste de kwaliteit en de prestaties konden verbeteren, maar wel gehouden waren aan bewijzen van goede dienstverlening. Openbaarmaking van posities op de benchmark zou marktwerking introduceren en daarmee een extra stimulans vormen om op cruciale kerncompetenties te presteren of liever te excelleren.

Een profiel toont diverse aspecten van één enkele regio, instelling of dienst, en toont waarop het onderscheidend is. Een profiel vormt de cijfermatige basis van een kwalitatieve beschrijving, beoordeling, positionering en (uiteraard) profilering.
Het past wellicht beter in een tijdsgewricht waarin eigenheid, authenticiteit en intrinsieke waarde een alternatief vormt voor nadere rationalisering. Het voorkomt wellicht ook een te statische en regeltechnische benadering van kwaliteitsstandaarden. Alsof maatschappelijke diensten producten in steriele fabriekshalen worden gemaakt zonder invloeden van buitenaf: bij maatschappelijke diensten komt juist de buitenwereld in alle variaties op je af!
Het aardig van profielen is ook dat zij weliswaar een cijfermatige fundering hebben maak dat de uiteindelijke kleurbekenning een zaak is voor alle betrokkenen: tevredenheidsonderzoeken maken ook vrijwel altijd deel uit van profielen.

Wat is waar?
Onze breinen zijn er meester in te conceptualiseren. En vervolgens wisselen we deze representaties van de werkelijkheid onderling uit. We kunnen de intersubjectieve werkelijkheid stoelen op basis van een snel uitdijende data en analyses. En soms is het dan verleidelijk zelf niet meer rond te kijken in het wereld, waar van oorsprong deze data uit zijn gedestilleerd. En te controleren of onze beelden nog wel zo goed passen op de werkelijkheid.
Dat waren mijn gedachten bij het lezen van de column van Martijn de Groot in het kwartaalblad Data&Research. De columnist stelt voor, om geregeld een datasabbatical te houden: zich een tijdje van de data af te keren en zich onder te dompelen in de echte werkelijkheid.
Wat staat ons te doen?
In mijn visie is er een alternatief. En dat is het een spel tussen de data-analist (wegwijs in de wereld van data én onafhankelijk) en de informatiegebruiker (belanghebbend én dichter bij de werkelijkheid). Zij proberen tezamen zicht te krijgen op de ontwikkelingen en scherp voor ogen te krijgen wat er gedaan moet worden.
Niet al mijn opdrachten vragen van mij om dicht op de data te zitten. Dat maakt de datasabbatical voor mij minder urgent. Het is wel zaak er voor te zorgen dat alle uitkomsten getoetst en kwalitatief beoordeeld worden door direct betrokkenen. En daarvoor moet binnen opdrachten voldoende ruimte worden ingebouwd.

In onderwijsland worden termen niet altijd met een even grote eenduidigheid gebruikt. Ook verschuiven betekenissen in de tijd. Hierbij een aantal door De Loos Monitoring gebruikte indelingen en termen.
Een ieder wordt uitdrukkelijk uitgenodigd een bijdrage te leveren aan een verdere ontwikkeling van de indelingen en te hanteren termen. Daarbij uiteraard het oogmerk indelingen en termen te vinden die voor alle onderwijsfases geldig en herkenbaar zijn.
aspecten van schoolprofiel:
. inrichting/visie/concept
. richting/denominatie (niet te verwarren met opleidingsrichting)
. gerichtheid of gericht/geprofileerd aanbod (bv. zorglocatie, loot-vestiging, tweetalig onderwijs, schakelklas, technasium, vakantieonderwijs)
. profilering (buurtschool, eliteschool, burgerschap/integratie, prestatiegericht, kleinschaligheid, sociale competenties)
. samenstelling (GPL1/4, referentiegroepen opbrengstenkaart, wecso/wecvso)
. samenwerking (wsns, vve)
aspecten van opleidingen:
. onderwijsniveau (vo: bb/bk/gl/tl/havo/vwo, en mbo: bo1/4) met aggregatieniveaus vorm > soort > fase
. schooltypen (vo: lwoo/lwt/ao/io/brug/vavo, en mbo: bbl/bol/col/dt/eb/be) met aggregatieniveaus systeem > leerweg
. opleidingsrichting (vmbo-afdelingen havo/vwo-profielen mbo-kenniscentra) met aggregatieniveaus opleiding > profiel/afdeling/kc > sector
. leerjaar (so: leeftijd, pro: verblijfsduur, mbo: duur van inschrijving)
wisselen van opleiding/school:
. niveauwisseling (opstroom, doorstroom, afstroom);
. jaargroepwisseling of cohortwisseling (vertraging/terugplaatsing, bevordering, klasoverslaan)
. typewisseling (bv. bao->sbao, lwoo->regulier, vo->vavo)
. richtingwisseling (andere opleiding binnen dezelfde richting of sector)
. schoolwisseling (onderscheid tussen vestiging/locatie, instelling, swv)
. kwalificatie (vmbo-diploma, bo1, startkwalificatie, bo3, bo4/ho-kwalificatie)
. verhuizingen (binnen buurt/wijk/plaats/stadsdeel/gemeente/regio)
. in/uit onderwijs

In de SCO Lucasmonitor zijn scholen van SCO Lucasstichting voor primair onderwijs cijfermatig in beeld gebracht.
gelede rapportage
De Lucasmonitor primair onderwijs kent een gelede rapportage: de monitor bestaat uit een bestuursrapportage, zes kringrapporten én schoolrapporten.
In de Lucasmonitor zijn scholen ingedeeld in zes kringen, waarin scholen onderling samenwerken en informatie en expertise uitwisselen. De kringen zijn samengesteld op basis van geografische ligging, overeenkomsten en zodanig dat de scholen voor speciaal onderwijs min of meer gelijkelijk over de kringen zijn verdeeld. Deze bestuursrapportage bespreekt niet de SCO Lucasscholen afzonderlijk, maar de zes kringen.
De functie van de bestuursrapportage is vierledig:
. de beschikbare informatie over de SCO Lucasscholen systematisch en overzichtelijk presenteren;
. handreikingen bieden aan de SCO Lucasstichting om prioriteiten te formuleren ten aanzien van hun scholen;
. cijfermatige onderbouwing leveren voor een gerichte en specifieke belangenvertegenwoordiging door de SCO Lucasstichting;
. het tonen van de betrokkenheid en ambitie van het bestuur ten aanzien van haar scholen.
In samenhang met deze bestuursrapportage zijn zes kringrapporten opgesteld, waarin de betreffende scholen onderling worden vergeleken. Van alle scholen is een schoolrapport opgemaakt met daarin de eigen cijfers en resultaten van de afgelopen jaren. Zo kan de school zichzelf vergelijken in de tijd.
Op basis van deze bestuursrapportage wil de SCO Lucas de problemen en kansen van de scholen binnen de kringen beoordelen. De scholen wordt gevraagd op basis van het kringrapport en schoolrapport zelfstandig en in kringverband richting te geven aan de onderlinge samenwerking binnen de kring. Het schoolrapport levert een bron voor zelfevaluatie en heeft zo een functie in portfoliogesprekken tussen management en bestuur.
De monitor is uitgevoerd in samenwerking met de SCO Lucas, OnderwijsSupport, Automatiseringsbureau Zuid-Holland West en De Loos Monitoring in 2001 en in 2003.
vertrekpunt
De SCO Lucasstichting beschikte over uitvoerig feitenmateriaal over haar scholen voor primair onderwijs. De stichting wilde beter gebruik maken van deze gegevens. En de professionaliteit binnen scholen middels collegiale consultatie beter benutten.
De Loos Monitoring verzorgde een gelede rapportage:
· ‘toplijsten’ waarmee het bestuur de sterkste en zwakste scholen kan onderscheiden op 35 indicatoren als ‘eindtoets’, ‘ziekteverlof’, ‘verwijzingen SO’ en ‘SE-factor’ (hieronder een voorbeeld van de toplijst ‘taalvaardigheid’;

· een ‘bestuursrapportage’ met kringprofielen, waarin scholengroepen onderling zijn vergeleken en onderscheiden voor een meer gerichte belangenbehartiging en ondersteuning (hieronder een voorbeeld van kringprofiel);

· ‘kringrapporten’ waarin scholen met min of meer gelijke omstandigheden worden vergeleken. Zo kunnen zij elkaar collegiaal onderling ondersteunen;
· ‘schoolrapporten’ waarmee scholen de eigen ontwikkeling in de tijd kunnen zien.
De techniek van de gelaagde rapportage is zodanig ‘eenvoudig’ dat deze grotendeels in eigen beheer kan worden uitgevoerd. Minimale ondersteuning voor het onderhoud van het indicatorenstelsel en voor een beperkte statistische bewerking is jaarlijks noodzakelijk.

De datamart Onderwijs bevat gegevens van het ministerie, de onderwijsinspectie, IB-groep en het CBS.
Met de datamart Onderwijs beschikt De Loos Monitoring over een rijke en gedetailleerd bron en vertrek voor beleidsmatig en bestuurlijk gebruik. De datamart Onderwijs maakt het mogelijk dynamisch en kordaat te anticiperen op actuele vragen.
De datamart Onderwijs bevat landelijke gegevens over leerlingenpopulatie en scholen, gemeenten en besturen, formatie, schoolkeuzeadviezen, trajecten en rendement, prestaties, opleidingen en diplomering vanaf 1995/1996. De datamart Onderwijs bevat niet alleen aantallen en percentages, maar ook complexe kengetallen. De datamart Onderwijs kan aldus direct worden ingezet bij verkenningen, analyses, rapportages, voor sprekende, valide en actuele informatie. De datamart verkort en versterkt de analyse van uw onderwijsveld.
Met de datamart Onderwijs verschuift de aandacht van de dataverwerking naar de beoordeling van de beleidsrelevantie en urgentie. De datamart Onderwijs doet waarvoor de data beschikbaar worden gesteld, te weten het versterken van het lokale en bestuurlijke beleidsproces.
De datamart Onderwijs zorgt voor een volledige ontsluiting van de bronnen. Diverse onderwijstypen en historische gegevens zijn geïntegreerd. Fusies en vernieuwingen zijn volledige verwerkt. De datamart is bij uitstek geschikt voor trendanalyses, benchmarking en toplijsten. De datamart Onderwijs wordt elk jaar geactualiseerd. Naast overzichten en verkenningen levert de datamart Onderwijs in een handomdraai aanvullende, verdiepende en specifieke tabellen en presentaties.
ontwikkeling datamart Onderwijs
De datamart Onderwijs is mede ontwikkeld door datawarehouse-specialist CNS International
De datamart kent diverse informatiekubussen. Voornaamste bronnen vormen de BBO-levering (basisgegevens bekostigd onderwijs) en de KK-levering (toezichtkaarten, voorheen kwaliteitskaarten). De opzet van alle kubussen is identiek:
. alle beschikbare schooljaren zijn opgenomen in de kubussen
. de verschillenden kubussen hebben verschillenden feiten en indicatoren
. het laagste detailniveau is in de kubussen beschikbaar, maar zijn zo mogelijk op een identieke manier de dimensionaliseerd met gelijke aggregatieniveaus
. de dimensies zijn geactualiseerd, dat wil zeggen dat historische gegevens zijn geactualiseerd naar de actuele situatie (het voormalige vbo is verandert in het vmbo-kb). Ook zijn scholenfusies en verhuizingen verwerkt.
De datamart wordt jaarlijks geactualiseerd. U wordt op de hoogte gebracht van de beschikbaarstelling van nieuwe bronnen.
De Loos Monitoring stelt de informatiekubussen vrijelijk beschikbaar en stelt verder geen nadere verplichtingen voor de gebruiker.
De Loos Monitoring levert uiteraard graag analyses, rapporten, indicatoren, grafieken op maat.
inbedding datamart Onderwijs
Analyseren met de datamart Onderwijs is eenvoudig. Maar De Loos Monitoring kan u daarbij behulpzaam zijn, en voor u een publicatie of rapportage verzorgen op basis van gegevens uit de datamart.
De Loos Monitoring kent als geen ander de mogelijkheden die in de kubussen vervat zitten. Daardoor kan De Loos Monitoring voor u analyses, rapporten, indicatoren en grafieken ontwikkelen die naadloos passen op het de informatievraag en de informatiegebruiker: of dit nu een school, bovenschools manager of een adviseur is, een ouderorganisatie, een bestuur of een lokale scholengroep is, een gemeente of coördinator is.
De Loos Monitoring beschik verder over een gevarieerd set van additionele kenmerken en aggregaties. Zo kan De Loos Monitoring de kubussen verrijken allerhande kenmerken van populaties, scholen, onderwijsvormen, buurten en meer, mede op basis van CBS-Statline.
Maatwerk is mogelijk. Lokale en eigen bronnen kunnen worden toegevoegd aan de datamart Onderwijs. Nieuwe indicatoren kunnen worden ontwikkeld en uitgerekend. Schoolprofielen kunnen worden samengesteld.
De datamart Onderwijs past in een dynamische visie op onderwijsmonitoring en benchmarking. Tot 2005 was de datamart Onderwijs te raadplegen via Datawarehouse Explorer (DWExplorer), een webbased analysis & reportingtool. De huidige versie is vooralsnog enkel beschikbaar in SPSS. De huidige versie is nog steeds voorbereid voor een upgrade en geschikt te maken voor raadpleging via DWExplorer of andere tool. De Loos Monitoring en samenwerkende partners kunnen u adviseren.

Voor een positiebepaling in het kader van kwaliteitsbeleid, verantwoording en marktpositie.

Vergelijk uw eigen organisatie met relevante andere scholen in uw regio of daarbuiten.
De Benchmark VO geeft u en uw team handreikingen uzelf te versterken en zich te herpositioneren. Wat worden uw komende prioriteiten? In samenwerking met het netwerk XPVO heeft De Loos Monitoring een format ontwikkelt: De Benchmark VO.

De Benchmark VO kent een aantal fasen:

1. Samenstellen van uw referentie

· wie rekent u tot uw concurrenten, collega’s, partners en/of voorbeelden?
· welke opleidingen moeten mee in de benchmark?
· wat zijn op voorhand uw relevante thema’s?

2. Kwantitatieve analyse van de vestiging en refentie

· berekeningen van gewenste indicatoren
· basisset Benchmark VO bestaat uit trendanalyse van 15 inidcatoren en 8 referenten
· uit te breiden met verdiepende analyses, maatvergelijkingen en subgroepen
· zeer uitgebreide databank voor de berekening van breed palet indicatoren en (maatwerk)
· over groei, aanbod, populatie, examen, financiën, personeel, wervingsgebied, brugklassen, rendement, traject- en schoolwisselingen, verzuim, team, fusies, sectoren, vakken, kwaliteitsbeoordelingen en meer..

3. Eerste kwalitatieve beoordeling van positie en ontwikkelingen

· onze adviseurs maken op afstand een scan van uw school
· ze vergelijken uw positie en ontwikkeling
· en geven eerste vorloopig oordeel (gunstig, neutraal of ongunstig?)
· en stellen een lijst van vragen en aandachtpunten op
marktanalyse oordelen.gif

4. Eigen beoordeling van de interne ontwikkelingen en kansen voor verbetering

· onze adviseur visiteren uw school en lichten hun bevindingen toe
· u licht op basis van vragen een aandachtspunten uw visie toe
· zelfreflectie onder begeleiding van onze adviseurs
· vaststellen van kansrijke en/of dringende thema’s

5. Nazorg, Concretisering en Realisatie (apart traject)

· onze adviseurs kunnen verder helpen bij het maken van een realistisch plan en streefcijfers voor de versterking van uw team, kwaliteit, communicatie of herpositionering van uw marktpositie.

De Loos Monitoring levert standaardindicatoren of ontwikkelt ze desgewenst op maat van de informatievraag. Hieronder een korte exposé van indicatoren voor het voortgezet onderwijs:
· wisseling schoolkeuzeadvies en opleiding in de onderbouw voortgezet onderwijs
· leerwegen en wisselingen in de onderbouw voortgezet onderwijs
· leerwegen in het voortgezet onderwijs
· groei praktijkonderwijs en leerwegondersteuning
· peiling van het opleidingsniveau voortgezet onderwijs
· trajectwisselingen in het voortgezet onderwijs
· saldo tussentijdse schoolwisselingen
· rendementsprofiel voortgezet onderwijs
innovatie loopbaanrendement uitgelicht
Loopbaanrendement toont de VO-plaatsing en vervolgtrajecten van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Verloopt de doorstroom bevredigend of is de plaatsing te ambitieus geweest? Is het advies een goede indicatie van succes? Of geeft het eindtoetsresultaat al met al toch een betere voorspelling van de kansen? Welke basisscholen geven te hoge adviezen? En aan wie?

De Loos Monitoring rekent het advies- en plaatsingsbeleid door en toont cijfermatig het effect.